Alexander Münninghoff

 Dat ik me de dag van mijn toelatingsexamen voor het Haagse gymnasium zo goed herinner komt door de verschijning van een bijzondere jongen. Hij zat aan het tafeltje naast me in de gymnastiekzaal en vroeg of ik een pen te leen had, de zijne was hij vergeten. Verder droeg hij - wat hoogst uitzonderlijk was - een korte Duitse Lederhose. Zijn naam was Alexander Münninghoff.

 Ik leende hem de reservepen die mijn zorgzame moeder had meegegeven. Alexander had alles wat de 'new kid on the block' kenmerkt. Hij stond in een helder licht en sprak met een zelfvertrouwen dat uit een andere wereld afkomstig moest zijn. Rusland werd geflu­isterd.

 De beduchtheid van de gymnasiumkinderen was hem vreemd. Geen wonder dat hij later gekozen werd tot praeses van de gymnasiastenbond. Een goed schaker was hij ook.

 Dat de zelfde jongen nu voor zijn boek De stamhouder de Libris geschiedenisprijs kreeg, waarin alles over zijn herkomst te vinden is, verbaast me niet. Ik zie de vluchtelingenstromen komen en denk aan de invasie van Indische, vooral Molukse kinde­ren. En de doorbraak van de grauwe schoolsheid die dat meebracht.  

 René Pasanea, bij wie ik thuiskwam woonde op een verdieping waar zelfs geen zeil op de ruwe planken lag. Het gezin kwam net uit Indië van­daan. Op school zat hij voor me in de bank in de derde klas. Een bijzon­der mooie Molukse jongen, die onberispelijke witte kousen droeg op zijn bruine benen.

 Wanneer de zon het klaslokaal binnenviel scheen die soms op zijn linker­oor. Ik zag, dan van achter af een doorlichte oorschelp van bruin-roze albast, waarop heel kleine haartjes.