Alice Munro (2)

 Was gisteren niet aanwezig bij de uitreiking van haar Nobelprijs. Haar verhalen zijn vol personages die dat begrijpelijk maken. Het gaat altijd anders.

 In 'Floating bridge' gaan een zieke vrouw van veertig en haar echtgenoot schoenen ophalen voor hun nieuwe hulpje. Dat eindigt op het land bij het huis van familie van dat hulpje, waar de echtgenoot zich binnen laat noden terwijl Jinny - ze heeft kanker, krijgt chemo - liever buiten blijft in de auto. Die ze in een opwelling - het is warm - verlaat en het korenveld ingaat. Waar ze verdwaalt en zich een  'waarheidsspel' herinnert waarbij de deelnemers eerlijk moesten zeggen wat ze het eerst te binnenschoot bij het zien van elke ander. Alles wat over haar gezegd werd was verkeerd. Ze was niet verlegen, of berustend, 'natuurlijk' of 'puur'.

 En dan komt deze fatale regel: 'Als je stierf waren dit soort verkeerde meningen natuurlijk het enige wat van je overbleef.'

 In het korenveld verliest ze haar hoed, maar merkt het niet. Eenmaal uit het koren komt de deux ex machina, de zoon des huizes met zijn auto, die ziet dat het haar niet goed gaat en aanbiedt haar naar huis te brengen.

 Maar meeneemt naar een plek waarvan ze denkt 'hierheen neemt hij z'n meisjes mee'. Die plek blijkt een drijvende brug. En daar kust hij haar zoals ze nooit eerder een kus meemaakte. Vanaf dat moment is alles anders, staat er dan kortweg.

 Alice Munro laat je zien hoe ongeloofwaardig en saai de gewone, rechtlijnige verhaalvorm is. De werkelijkheid slaat toch ook voortdurend linksaf. Bijzaken worden hoofdzaken, zijwegen worden hoofdwegen. Een hoed raakt zoek. En toch, dat is het mirakel van deze verhalen, 'klopt het'.

 

 

Tags: 

Alice Munro gisteren

 Hoe het eens kon zijn lees je in zo'n verhaal als To reach Japan, uit haar bundel Dear life (2012). Een dichteres komt alleen terecht op een partijtje waar ze niemand kent en niemand haar. Ze drinkt wat:

 'There was a knot of people in an archway who were important. She saw among them the host, the writer whose name and face she had known for such a long time. His conversation was loud and hectic and there seemed to be danger around him and a couple of other men, as if they would as soon fire off an insult as look at you. Their wives, she came to believe, made up the circle she had tried to crash into.

 The woman who had answered the door was not one of either group, being a writer herself. Greta saw her turn when her name was called. It was the name of a contributor to the magazine in which she herself had been published. On these grounds, might it not be possible to go and introduce herself? An equal, in spite of the coolness at the door? But now the woman had her head lolling on the shoulder of the man who had called her name, and they would not welcome an interruption.

 This reflection made Greta sit down, and since there were no chairs she sat on the floor. She had a thought. She thought that when she went with Peter to an engineers' party the atmosphere was pleasant though the talk was boring. That was because everybody had their importance fixed and settled at least for the time being. Here nobody was safe. Judgement might be passed behind backs, even on the known and published.'

Tags: 

Pagina's