Annie

 De invloedrijkste schrijver in het naoorlogse Nederland was Annie Schmidt. Dat ze niet erkend werd hoort erbij.  Juist omdat ze verboden werd op mijn deftige gymnasium, waar de lessen Nederlands in 1961 niet verder kwamen dan Arthur van Schendel en Werum­eus Buning ('En de boer hij ploegde voort'). Remco Cam­per­t, nooit van gehoord. Taboe was Annie Schmidt.

 'Malle Annie' was geen literatuur. En nog. Nu de Annie Schmidt‑liedjesprijs weer wordt uitgereikt en er vijf genomineerden zijn, die allemaal iets bedoelen - wat is het toch moeilijk om niets te bedoelen - loopt m'n kop vol met Annie. 'Amandeltjesrijst met bessensap'. En dan zei de koning - die slaapwandelde in de dakgoot - 'Waar dan?' Of de onsterfelijke Meester van Zoeten:

 Meester van Zoeten waste zijn voeten

Zaterdags in het aquarium

Onder het poedelen

Zat hij te joedelen

't liedje van hum tiedelum tiedelum

 En zo door. De regels rollen door:

'Hèhè zei de koning en toch lucht het op.'

'Ubbeltje van de bakker blijft wakker.'

 En dan komt onvermijdelijk:

 'Wie heeft dat grote ei gelegd

zei Hannekedoe de haan

wie heeft dat grote ei gelegd

wie heeft dat toch gedaan

Heb jij dat ei gelegd Marie of jij Cato of Kee?

Maar de kippen zeiden allemaal nee..'

 Meester van Zoeten wast nog steeds zijn voeten..

Zaterdags in het aquarium.