over Arnon Grunberg

Literaire hangplek

 Hoe ging het verder met de strijd tegen de ontlezing? Vanavond maakte Tamara Vuurmans me attent op de Leesmij site van de Stichting Lezen. Een 'literaire hangplek', bedoeld om jongeren tussen de 14 en 17 jaar aan het lezen te krijgen, Met scènes uit Nederlandse romans oa. De donkere kamer van Damokles van Hermans, Gemis van Manon Uphoff en De uitvreter van Nescio. Wekelijks komen er filmpjes bij. En meer aardigheidjes

 Werkt dat? Kijk maar, de reacties staan er ook. De regisseurs waren vrij. En zo geeft leraar De Bree uit Bordewijks Bint (1934) les aan allochtonen. En zit in Kees de Jongen een wedstrijd 'zwembadpas' met Matthijs van Nieuwkerk, Frits Barend en een oude dame in bikini. Het initiatief kwam van documentairemaker Suzanne Raes. De digitale hangplek werd uitgedacht met hulp van Viewpoint Productions, het Letterkundig Museum en tien jongeren die zich meldden om mee te denken.

 Tamara Vuurmans van Viewpoint herinnert zich hun ideeën: 'De site moest gaan over de boeken zelf. Geen uittreksels en auteurspraatjes. Daar stikt het al van op internet.'

Tags: 
geboortehuis, Tweede Jan Steenstraat 107, Amsterdam. Pasen 2007

Bordewijk (2)

 Veel bindt me aan F.Bordewijk. Na Bint en Karakter heb ik vrijwel alles van hem gelezen. We bezochten het zelfde Haags gymnasium. En ik woon vlakbij zijn Amsterdamse geboortehuis. Op eerste Paasdag ben ik er langs gefietst (bij de Amstel, Tweede Jan Steenstraat 107, de bel-etage). Bordewijk woonde zijn eerste tien levensjaren in Amsterdam.

 Hij ging er nog vaak kijken. De 'architectuurroman' Bloesemtak speelt er. Bordewijk kende de Nederlandse steden grondig. Een topomaan, net als ik. Hij bezat veel kaarten en plattegronden (de atlas van Loman uit 1876), wist details van afwijkende huisnummering (zie de Parelduiker 2 uit 2005). Veel zondagen besteedde hij aan 'geveltjes kijken'. In 1984 bracht ik een lange avond door met zijn dochter Nick (Nina) Funke-Bordewijk in Wassenaar, een interview ter gelegenheid van een jubileumuitgave van Bint.Ze vertelde over 'váder' (nooit zoveel sherry gedronken, en toen nog met de auto terug naar Amsterdam) die daar zat te schrijven in de huiskamer, temidden van vrouw en kinderen, schrift op de knieën. En legde uit dat de regel binnen de familie was dat literatuur en leven strikt gescheiden bleven. Haar broer Robert is gestorven (in 2003) zonder ooit in het openbaar en woord over zijn vader te hebben gezegd. Maar zij?

 Wat ik al niet te horen kreeg. Vader was tandengek, hij wist van elke bezoeker na diens vertrek precies de toestand van diens gebit. En vader was geestig, heel geestig. Veel van die grapjes heb ik weggemonteerd, te hemeltergend flauw. Bordewijk was bij alles ook een 'kwiebus' (J.A.Dautzenberg). Van haar kreeg ik ook het filmscenario voor Bint (1949) waarin vader de malle namen had genormaliseerd. Hij vond ze niet leuk meer. Klotterbooke en Van der Kabargenbok werden Willemse en Van Halen. In Den Haag nog even het eerste huis daar bekeken (Van Swietenstraat 88, boven, bij het Koningsplein) en het laatste (Jacob de Graeflaan 8, bij het Gemeentemuseum).

Tags: 
Portret van Bordewijk
Beluister fragment

Bordewijk (1)

De F. staat voor Ferdinand, wat wel overeenstemt met de verschijning van de jonge Bordewijk. Op de foto's een beetje Frederik Fluweel. Later een dandy die makkelijk het Rood Paleis zou hebben kunnen betreden: hoge boord, geloken ogen. Hij lette goed op hoe hij op de foto kwam. De latere 'geheimzinnige foto' die vaak is afgedrukt laat hem zien als donkerogig, vol broeierige onbestemdheid. Zo kun je iemand met in werkelijheid vrij waterige blauwe ogen fotograferen. Hij lette erop, hij deed het erom.

De advocaat Bordewijk hield leven en schrijven strikt gescheiden. Vandaar dat de biografie van Reinold Vugs uit 1995 op veel punten in het duister tastte. Daarin is de laatste jaren verandering aan het komen. Rody Chamuleau lichtte in De Parelduiker 2 van 2005 al tipjes van de sluier op, documenten uit de nalatenchap vrijgegeven door schoondochter Gunilla Bordewijk Ingelsson. Dankzij Gunilla waren er al verhalen als dat van het hoedje, afkomstig uit een brief van degene die als 19-jarige, in 1929 in dienst trad bij Bordewijk. 'Het is voor het eerst dat wij een meisje met rood haar hebben,' zei Bordewijk meteen al.Ze was op zeker dag te laat op kantoor. Desgevraagd legde ze uit dat dat kwam omdat ze onderweg naar haar werk 'het hoedje van haar dromen' had gezien, '89 cent, in de kleur van haar zondagse kleding', dat ze niet had kunnen laten liggen.Bordewijk zag haar laatkomen door de vingers, maar beval: 'Als straf moet je de hoed de gehele dag op kantoor ophouden.'En dat deed zij.En nu is het zo ver. Omstreeks 16 mei verschijnt in De Parelduikerreeks van Bas Lubberhuizen ''F. Bordewijk, nagelaten documenten'' van Rody Chamuleau. 160 pagina's, met illustraties .

Tags: 

Pagina's