In het Haags Gemeentemuseum zijn nu rijen Chanel-pakjes te zien, zoals Jacky Kennedy er ook een droeg in 1963.
Het was vier mei, Dodenherdenking. De leerlingen werden in een driedubbele kring opgesteld in de marmeren zuilenhal van het gymnasium met gipsafgietsels van beelden uit de oudheid. Als eersteklasser, als kleinste stond je vooraan. De plechtigheid bestond uit beurtelings toespraken en zang met pianobegeleiding. Het duurde eindeloos.
Ik viel flauw. Raakte weg, zomaar, tijdens de toespraak van de rector. Languit, zonder zelfs een arm uit te steken moet ik op mijn voorhoofd gevallen zijn. Wat ik me daarna herinner is de gruwelgeur van vlugzout onder m'n neus.
Het vervolg weet ik nog in detail. De lerares Frans bracht me naar huis in haar Fiat 600. Zo dicht was ik nooit bij haar geweest. Wat rook ze! Zou het Chanel no. 5 geweest zijn? In elk geval droeg ze haar chique pakje voor deze gelegenheid. Wollige pluizige stof, licht van tint. Haar rok schoof omhoog onder het chaufferen.
Vanmiddag leerde ik dat Coco Chanel de knie het lelijkste lichaamsdeel van de vrouw vond. Daarom vallen haar rokken er altijd net over. Zitten in zo'n pakje is wat anders. Dat zie je in het Gemeentemuseum niet, zoals wel meer niet. Op mijn voorhoofd verrees intussen een warmbonzende buil.