C.S.Lewis is de grote deskundige, in zijn standaardwerk vond ik wat ik zocht over paarden. Paard en mens zijn samen groot geworden, van Alexanders Bucephalos tot Don Quichotes Rossinant. Liefst zie ik schilderijen van Middeleeuwse veldslagen, waarin paarden een commentaarfunctie hebben. Een extra terzijderol. Hun bazen vechten, zij kijken hoofdschuddend toe. Het is niet verdwenen. Lucky Lukes Jolly Jumper ziet de stommiteiten van z'n baas aankomen.
Isidorus van Cartagena (560-636), de eerste encyclopedist en patroonheilige van het Internet schreef: 'Paarden ruiken de veldslag, ze trekken ten strijde als ze de trompet horen.'. En: 'ze storten tranen als hun meester sterft.' Het komt al in de Ilias voor. Waar de paarden van Achilles wenen als zijn vriend Patroklos gesneuveld is. Ze blijven stokstijf staan:
'nee, zoals een grafzuil star staat,
opgericht op het graf
van een man die gestorven is of een
vrouw,
zo bleven zij onbeweeglijk met hun
mooi versierde wagen
en bogen het hoofd naar de grond
en hete tranen stroomden
vanaf hun oogleden op de aarde
terwijl zij weenden om
het gemis van hun wagenstrijder en
hun weelderige
manen werden stoffig, aan
weerskanten neerhangend vanaf
het juk.'
(vert. Ben Bijnsdorp)