Van Erwin Olaf zag ik vanmiddag in Arnhem 'Waiting', zijn nieuwste. Een film van 50 minuten op twee schermen. Twee onbeweeglijke camera's op de zelfde scene. Een meisje, close en face en op het andere scherm en profil van veraf, waarmee je een overzicht krijgt van het etablissement waar ze zit. Ze worden gelijkop vertoond, real time. Eromheen zijn stills van de zelfde scene te zien.
Wachten, dat is wat het meisje volgens de titel doet. Een weerkerend thema bij Olaf. Maar wacht het meisje wel? Wat doet ze met haar handen? Ze legt ze soms op elkaar, strijkt over haar vingers, verschikt haar armband. Een horloge heeft ze niet. Ze kijkt naar buiten, soms heel even, of net niet. Er zijn vitrages waarachter flatgebouwen verrijzen.
Haar blik is naar binnen gekeerd. Is ze in gedachten? Wat zouden die kunnen zijn? Ze strijkt over haar onderarmen als om zich ervan te overtuigen dat ze er nog is.
Of is ze de gedachten voorbij? Een oogknipper is in deze omstandigheden al veel. Alles is hier zorgvuldig van betekenis ontdaan. Haar gezicht is Aziatisch. Japans?
Er passeren mensen, schimmen voor in beeld. Een ober is op de achtergrond bezig, keurt haar geen blik waardig. Voor haar staat het glas limonade waaruit ze niet drinkt. Verstrijkt de tijd? Alles staat stil. Alleen haar glas wordt ongemerkt leger. Je blijft kijken.
Het is een betovering. Of ze je aan de hand neemt naar, ja waar?. Met haar verdwijn je naar never neverland.
Datering van aankleding en decors, ik schat 1961. Het omkeerbare jaartal, waarin de tijd tot stilstand kwam. Zij en de omgeving zijn smetteloos, zoals dat alleen in 1961 bestond. Haar nek, de kraag van haar brokaten (of wat is het?) jakje, onovertroffen. Zie de films uit die jaren.
Het is ook de smetteloosheid die je van Olaf kent, van het nietgebeuren. Alsof ze een priesteres van het niets is.
Ik denk, ze is het wachten lang voorbij. Waar zou ze zijn? Nergens?