Het Interbellum volgens François Ozon in 'Frantz' is zo volmaakt, zo af, dat er voor mij als kijker geen ruimte overblijft. Ozon, meester van de kitsch.
De ongeloofwaardigheid van de historische precisie, het kostuumdrama. Zoals perfect gerestaureerde oldtimers nooit het verleden oproepen maar juist het verzinsel.
En hier, een landgoed bij een kleine stad in het Frankrijk van 1919 of een huis van gegoede burgerij idem in Duitsland. Bedienden. Geen armen, hoewel die toch het meest gesneuveld waren.
Er zit iets in van Remarques Im Westen Nichts Neues. Hier het verhaal van de Franse militair - ultra-gevoelige jongeman, tevens violist - die naar Duitsland reist om vergiffenis te vinden voor het neerschieten van een Duitse leeftijdsgenoot.
Erg onwaarschijnlijk is het entree van deze Fransman in de Duitse gemeenschap, als ie ook nog uit dansen gaat met de verloofde van de stadgenoot die hij neerschoot. Stel je even voor hoe een Duitse ex-militair die hem dat flikte in het Amsterdam van 1946 ontvangen zou zijn.
Vergiffenis? Hij durft het niet tegen diens ouders te zeggen. En diens verloofde die ervan weet evenmin. Het klassieke Remarque-motief, de oorlog is aan het thuisfront onvertelbaar. Te erg. Ook hier het sterkste ingrediënt.
Ik ga Céline Reis naar het einde van de nacht maar weer eens lezen.