Meestal zie je ze over het hoofd, maar als de zon schijnt, 's ochtends vroeg of tegen het eind van de middag, als ze lang worden, moeten ze wel opvallen. Dan beginnen ze te 'werken'. En 's nachts bij maanlicht helemaal.
Vreemd, ik dacht al lezend meteen aan Polanski's Fearless Vampire Killers', waar je wordt ingepeperd dat je een vampier altijd makkelijk herkent: hij of zij heeft geen schaduw. En dan die slotzin als ze met hun sleetje over de besneeuwde heuvels verdwijnen: 'And from there the evil spread all over the world'.
Schaduwen zijn immaterieel, maar toch zo menselijk. Gombrich laat zien hoe de schilderkunst ze is gaan gebruiken om figuren te dramatiseren, ook door het geraffineerde 'doorlichten', immers schaduwen zijn niet zwart, je ziet de persoon of het lichaamsdeel waarop ze vallen er doorheen, zij het spaarzaam. De spanning tussen licht en duister.
Onze wereld wankelt, niets is zeker.
Deze Christus van Benedetto Diana (1510) laat het zien, de schaduwen in zijn handen en op zijn borst zijn niet zwart, ze brengen hem tot leven. Je hoort hem.