Zittende katten

 In het Berlijn-nummer van het tijdschrift Terras dat over drie dagen verschijnt staat een verbazend verhaal van Nobelprijswinnares Herta Müller: Altijd dezelfde sneeuw en altijd dezelfde oom, vertaald door Ria van Hengel. Twee fragmenten. Over taal. Eerst het begin:

 'De kapsels van de vrouwen waren, van achteren gezien, zittende katten. Waarom moet ik zittende katten zeggen om de haren te beschrijven? Alles werd altijd iets anders. Eerst onopvallend iets anders wanneer je het zomaar op zichzelf bekeek. Maar daarna aantoonbaar iets anders wanneer je er woorden voor moest vinden, omdat je erover sprak. Wanneer je precies wilt zijn in je beschrijving, dan moet je in de zin iets vinden dat heel anders is, pas dan kun je precies zijn.'

(...)

 'Pas wanneer de ene waarneming de andere leegrooft, wanneer een voorwerp zich het materiaal van een ander voorwerp toeëigent en gebruikt - pas wanneer dat wat in de werkelijkheid uitgesloten is, in de zin plausibel is geworden, kan de zin zich tegenover de realiteit staande houden als een eigen realiteit, die als het ware in het woord terechtgekomen is, maar de geldigheid van het woord heeft.'

Tags: