maandag 20 maart 2017 - 11:53
Kijken en bekeken worden. Door jezelf, door anderen. Over de bedrieglijke spiegel dicht Jabik Veenbaas in 'Stad van liefde'. Spiegels. Wat ik er ook in zie, niet hoe anderen me zien. Wel mijn spiegelblik en de naar onder krimpende benen. Een vragende blik die - in welke stand ook - geen ander antwoord krijgt dan het vanouds gevreesde. Veenbaas schrijft:
'je weet het nooit met spiegels/ glimlachen minzaam schudden het hoofd/ huiveringwekkende willekeur
ooit stond ik in een koude opkamer/ met een vriendelijke spiegel boven de haard/ ineens verdween mijn gezicht/ maar kennelijk mijn ogen niet
ik heb een vrouw gekend/ de spiegel had haar ziel meegevoerd/ op hol geslagen paarden/ voortdurend moeten kijken
of ze openen zich als een poort/ daar ligt je oude dorp/ er waait een lauwe voorjaarswind/ tot er een buurman tegen het raam tikt
trouwens, waar blijven je benen?/ ze gaan er wijselijk vandoor/ met schoonheid heeft dat alles niets te maken
gisteren nog/ ik was net veertien geworden/ en wie hielden er toezicht?/ twee giechelende meisjes