Palestina was na WOI aan Engeland toebedeeld als mandaatgebied. Er woonden vele bevolkingsgroepen, veel Arabieren en toenemend Joodse immigranten, waarvan de zionisten een eigen Joods Nationaal Tehuis wilden stichten, waarbij geweld niet werd geschuwd. Probleem was en bleef dat Palestina bewoond was, door anderen.
De Haan probeerde alle partijen recht te doen in zijn verslagen. Zo ging hij kort voor zijn dood op bezoek bij emir Abdullah van Jordanië, die zei: 'Ik zie geen Joodsche meerderheid in Palestina... en dan nog overal rondom Arabische landen. Gij kunt niet leven in Palestina zonder vrede, ik bedoel werkelijken vrede, met de Groote Arabische Gedachte.' (...) De Emir benadrukte dat alle Arabische landen open liggen voor de Joden, alleen zouden ze geen bijzondere politieke rechten hebben, ook in Palestina niet.'
De Haans kritiek op het zionisme leverde dreigbrieven op. Bijvoorbeeld deze van 'De Zwarte Hand.':
'De Haan! Bij dezen deel ik u mede, dat gij, indien gij ons Land niet voor den vier-en-twintigste van deze maand verlaat, zult worden doodgeschoten als een geemene hond.'
En zo geschiedde. Lees die biografie!