Huiselijke taferelen (2)

 Er is een scene in de 'Goon Show', de fameuze radio-voor­loper van Monty Python: hoorspel, klotsklots, twee drenkelingen drijven in zee op een houtvlot. Dan komt uit de verte een helicopter aangevlogen. 'Gee what's that,' zegt de een. 'I guess it must be a recording of a helicop­ter,' zegt de ander.

 Vanmiddag dook dat zelfde dilemma op tijdens mijn bezoek aan Heidi de Mare. Ik was in Leiden bij haar op visite om te praten over haar boek Huiselijke taferelen. Dinsdag te horen in de Avonden.

 Waaruit bestaat het beeld van een interieur. Het is opgebouwd uit schildering van behuizing, voorwerpen, mensenlichamen en zo meer. Toch zijn we geneigd dat over het hoofd te zien en meteen de voorstelling letterlijk te nemen. Kortweg: hij, zij en krijgen ze mekaar? Wat Heidi de Mare betoogt is dat in wat geschilderd is en hoe, een kapitaal aan kennis van kleding, lichtval, stoffen, kle­den, meubelstuk­ken, houdingen van het lichaam, zeden en gewoo­nten ligt opgeslagen. En dat alles in de samen­hang van hoe men het toen beleefde. Zoals in de dronken vrouw van Jan Steen meer zit dan liederlijk gedrag. Ook zijde met changeant-ef­fect, wonderlijk vlot geschilderd. Een slap hangend lichaam, en loshangende haren over een bezweet voorhoofd

 Meer aandacht dus voor de geluidstechniek bij opnamen van helicopters. En niet wegdromen in 'de actie' of wat doorgaat voor de ‘betekenis’, want zo bijzonder is dat niet.  

Huiselijke taferelen (1)

 Steeds weer bij het kijken naar werk van Johannes Vermeer, Gerard Terborgh, Pieter de Hoogh, rijzen vragen. Alles betekent wat, schijnt. Maar wat?

 Volgende week ga ik bij Heidi de Mare langs om mijn vragen te stellen. 'Huiselijke taferelen' heet haar magnum opus, over 'de veranderende rol van het beeld in de Gouden eeuw'. 

 Wat was een huis? Wonen, zakendoen, liefde, hoe ging het toe? Ze combineert wat af te lezen is uit beelden met teksten en gegevens over kleding, bouwmateriaal, wat niet? De eerste huizen werden bewoond door Jozef en Maria met hun kind. Er was ook weleens een avondmaal of er kwam een aartsengel binnen.

 Maar de heilige familie verdween. En het Hollandse binnen­huisje, als tempel van burgerlijke deugd of als bor­deel werd steeds preciezer weergegeven. Zitten, staan, liggen, hoe deed je het? Alles had in dit ‘kamergezicht' betekenis. Hoe keek Jan Steen een kamer binnen? Vol ironie. Was dat nieuw?