Clark onderscheidt bloot en naakt, naked en nude. Het ontklede tegenover, ja wat? Het ideale mensenlichaam, zoals we het sinds die Grieken kenden, totaan Picasso toe. Waar bleef dat? Wat er van werd zie ik morgen in het Gemeentemuseum.
Clark schetst satanisch de treurige, vormloze modellen die je te schilderen krijgt op kunstopleidingen. Hoe daar een Naakt van te maken? Net zo gaat het bij mode. Pas op het schilderij zie je hoe een jurk gedragen moet worden.
En dan de eeuwige hang naar volmaaktheid. Moet de tweede teen echt langer zijn dan de grote teen? Zou het - in onze door hang naar symmetrie verziekte wereld - niet beter zijn een tache de beauté in te schilderen of een scheef tandje?
Terug naar de teen. Is halfgekleed niet veel opwindender dan naakt? Want om seks gaat het toch? Ik zou weleens onderzocht willen zien wat toeschouwers aantrekt en afstoot, of iets daar tussenin bij Lucian Freud en Egon Schiele.
Het naakt is niet universeel. De Japanners en Chinezen laten het meer zien als een fact of life, zegt Clark. Het naakt vind je vooral rond de Middellandse zee. Op Etruskische graftomben liggen vrouwen te dromen met hun hand in de schoot.
Maar wat doet kunst in het gladde pornotijdperk met naakt? Morgen meer.