zaterdag 23 maart 2013 - 00:33
Zonderlinge titel voor een Koreaanse film. Kim Ki-duk, die ik volg sinds de adembenemende 'levende schaduw' in Bin-jip (2004) haalt het christendom binnen.
Laat je de noodzaak ervan zien. Eerst krijg je in extenso te zien hoe eenvoudige handwerkslieden zich - vaak met gebruik van de apparatuur in hun eigen werkplaats - invalide laten maken door de sadistische assistent van een woekeraar. Zo komen ze aan verzekeringsgeld dat ze vervolgens weer grotendeels aan de woekeraar moeten afstaan.
Het is niet om aan te zien zo gruwelijk.
En dan doemt de moeder Gods op. Ze vindt feilloos de zwakke plek van de meedogenloze sadist, weet hem wijs te maken dat ze - hij is wees, heeft zijn moeder nooit gekend - zijn moeder is. Hij begint berouw te krijgen.
Wat volgt is boetedoening in de meest Christelijke zin. De sadist moet al zijn verminkte slachtoffers in de ogen zien. Maar wanneer de christelijke Pietà zou moeten volgen is alles omgekeerd. Gods zoon was hij al niet, en nu blijkt zijn moeder ook zijn moeder niet. Ze sterft voordat hij dat ontdekt. Hem treft de ergste straf: voortleven als zondaar van de ergste soort. En dan..
Aldus het christendom volgens Kim Ki-duk.