Drempel

 De drempel. Daar bracht de Fresh widow-tentoonstelling me tenslotte.

 Duchamp wilde rond 1920 een schilderij niet meer zien als de ver­beelding (sorry voor het woord) van een uitzicht, maar als een ding. Maar daarmee was hij nog niet blind geworden. En ramen had zijn huis ook nog steeds, al noemde hij ze fresh widows (matig geestig, als ik het zeggen mag) inplaats van French windows. Wat hij ook probeerde, hij bleef steken, op de grens van binnen en buiten, halverwege bedenksel en werkelijkheid.

 Magritte maakte er één grote grap van, alle Franse filosofen ten spijt. Le soir qui tombe (1964) is zijn laatste woord.

 Rooms with a view, wat zijn wij ande­rs? 

Magritte

 Teruggevonden. Op 10 december 1938 gaf 'ongelikte beer' René Magritte een lezing in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen. Vanzelfsprekend in het Frans. De ver­taalde passage luidt:

 'Gezien mijn bedoeling de meest vertrouwde voorwerpen zo mogelijk te doen brullen,

moest de orde waarin men normaal de voorwerpen plaatst

natuurlijk overhoop worden gehaald;

de barsten die we zien in onze huizen en op onze gezichten

vond ik veelzeggender dan de hemel;

de poten van een houten tafel verliezen hun onschuldig bestaan

dat men hen toeschrijft als ze plots uitsteken boven een woud;

een vrouwenlichaam dat zweeft boven een stad

vervangt heel goed de engelen die ik nooit heb gezien;

ik vond het nuttig het ondergoed van de Maagd Maria te zien

en ik toonde haar in dit nieuwe daglicht.'

Tags: 
(onleesbaar) (2010)
Bringing the sun back home (2010)

VELUX-ART

TEN EINDE VAN OPTI-MAAL VAN DE HOLLAND-SE LUCHTEN TE GE-NIETEN INSTALLEERDE IK IN ELK SCHILDERIJ EEN VELUXRAAM.

 Dit staat te lezen in het zaaltje in het Jan van der Togt Museum in Amstelveen waar - als onderdeel van de grote schilderijententoonstelling van Kamagurka - de reeks Velux-Art te zien is.
Tomas Hillebrand wist te vertellen dat Kama in z'n atelier werkelijk Velux ramen heeft, zodat het niet verwonderlijk is dat daar iets mee gebeurde.

 Een heel verrassende tentoonstelling. Kamagurka heeft zich in luttele jaren ontpopt tot schilder.
Heel de Belgische schilderkunst zoals ik die maar noem, van Spilliaert tot Magritte en Raveel echoot in z'n werk.
En daarnaast zie je hoe hij begon, met zijn behandeling van de kubisten en Mondriaan.
Maar nu is het hem dan gelukt om wat je van hem kent, zijn zwartwitte comics met tekst en plaatje, over te brengen naar 'het schilderij'.
 

de catalogus:  Het grote geluk (1945) 

Magritte (2)

Het Magritte museum is er, drie lagen in de Kunstberg. Een koningsgraf. Ver van de wereld, terwijl je de wereld juist zo nodig hebt bij het kijken naar zijn werk. Gelukkig bestaat het huis van Magritte ook nog steeds en doet het dienst als museum. Ook in Brussel, in het oude voorstadje Jette, waar Magritte van 1930-1954 woonde in de Esseghemstraat 135. Ongeveer de helft van z'n werk ontstond hier. De Belgische surrealisten kwamen er samen.

Dat woonhuis is een openbaring. Het surrealisme zit in huis, tuin en keuken, overal. Stukjes van dit interieur komen heel herkenbaar in de schilderijen terug. Je herkent de spiegel, het trappenhuis, de wastafels, en de keuken die als atelier diende (er achter is nog een piepklein hokje voor het fornuis van Georgette). 
Surrealisme kun je niet beoefenen, je bent surrealist of niet. Dat van Magritte is gebouwd op het dagelijks leven, op gewone dingen, net even anders neergezet en bekeken. 
Tot en met de veel geschilderde lantaarnpaal recht voor de deur en de boogvormige raamlijst aan de voorkant.

Spannend is Magritte's 'onmogelijke' opvatting van het lantaarnlicht, dat ook op meerdere doeken op de Kunstberg te zien is. Daarom - vermoed ik - is het museumpje in Jette in augustus ook open op woensdagavonden, van zes tot negen (schemering). 

Tags: 

Magritte (1)

Brussel. Vanmiddag een eerste, vluchtig bezoek aan het nieuwe Magritte-museum op de Kunstberg - na beklimming vanaf de Grote Markt meteen rechts om de hoek. De verzameling is minder uitgebreid dan ik had gehoopt, er blijft ook wat te zien in zijn voormalig atelierhuis in Jette, als je wilt weten hoe direct hij ideeën aan het dagelijks leven ontleende moet je naar Jette.

Goed zijn hier de vele teksten en ook foto’s. 

'Ik heb een hekel aan mijn verleden en aan dat van anderen.’
Ik kan het hem nazeggen. 
‘Ik heb ook een hekel aan sierkunsten, folklore, reclame, de stem van radio-omroepers, aerodynamica, scouting, de geur van benzine, de actualiteit en zatte mensen.’
En dan:
‘Ik verlang naar echte liefde, naar het onmogelijke en het utopische. Ik ben bang om te ontdekken waar precies mijn grenzen liggen.’   

ps. Eigenlijk moet ik morgen naar z'n graf in Schaerbeek, omdat daar echt helemaal niets anders te zien is dan een gladde steen, vier kleine ornamenten en twee namen.

Tags: 
vredesduiven overal, met muntjes in hun bek
haarvlechtkunst in de vorm van gebouwen

Meschac Gaba

Meschac Gaba komt uit Benin, in West-Afrika. Sinds 1996 woont hij in Amsterdam, waar hij aan de Rijksakademie studeerde. Hoe maak je Afrikaanse kunst in het Westen? Ik zag het in De Paviljoens in Almere. Het kan. Waar hij gaat is zijn museum. In 2008-2009 is hij huisartiest in Almere.Het museum wordt dan iets tussen een supermarkt, een bar en een marktstal in. Bier in dat café blijft buiten de ijskast omdat die er in Benin ook niet is.

Religie - Hindoe, Moslim, Christen - krijgt vorm in steeds de zelfde plastic kitsch voorwerpen met lampjes erin. Hij werkt graag met 'waardeloze' materialen: gedroogde bonen of bankbiljetten. Geld is overal. Papier en muntgeld is vooral grappig en onbetrouwbaar. Op echte bankbiljetten staan en stonden veel kunstenaars afgebeeld (Giacometti in Zwitserland, Magritte in België). Hij verzamelt ze. Vredesduiven vliegen rond met een muntje in hun bek. Een Liberace-vleugel blijkt gevuld met cocolade Euro's. 
Gaba trapt niet in de vele valkuilen die zich voor hem openen. Geen goedkope maatschapijkritiek dus, wel valse grappen over de Westerse levenstijl.
Hij bracht ook de Beninese haarvlechtkunst mee. Tijdens een werkperiode in New York in 2004 troffen de wolkenkrabbers hem. Als hij door de stad liep leken ze wel op zijn hoofd te staan. Zo ontstonden er traditioneel gevlochten pruiken in de vorm van iconische gebouwen van over de hele wereld. Bijvoorbeeld de Empire State Building.

Filip Rogiers in Enghien-Edingen met ''native speaker''

Belgitude

Het duister valt over de heuvels van het Pajottenland. We zouden onze vingers aan de taalgrens leggen. Wat zijn Pajotten vraag ik. Filip Rogiers weet het niet. Terwijl hij toch bijna alles weet over het taalgrensgebied. Ginds is Lessines, waar Magritte geboren werd en daar komt Urbanus vandaan. Hij zou er een boek over schrijven maar de uitgever wilde liever iets over Vlaams Blok. Dat werd 'Eigen schuld eerst' (2001). Getuige zijn 'Buurtpatrouille' komt Rogiers als verslaggever van De Morgen overal in Vlaanderen. Afkomstig uit Gent werd hij een overtuigd Brusselaar. Hier is de smeltkroes, hier zal het gebeuren. Of ik wist dat Geert van Istendael en zijn vrienden elke week cabaret opvoeren, in de Marollen, in het Brussels?

Daar leeft wat hier in Enghien-Edingen verloren gaat. Enghien, Franstalig gebied, maar sinds 1963 met 'faciliteiten' voor Vlaamstaligen op het stadhuis, in het onderwijs en dubbele straatnaambordjes. Gevoeligheden genoeg, maar de echte taalgrensstrijd bleef toch beperkt tot de Voerstreek en Komen. Het Vlaamse Belang met z'n hang naar etnic cleansing is het echte gevaar. Filip vraagt het een oude heer in het café. Beluistert zijn Henegouws-Vlaams en stelt vast dat hij een der laatsten is. Zijn kinderen en kleinkinderen spreken Frans. 't Is voorbij, la Belgique de Papa, tenminste hier, zeker en vast. Er zou een Belgisch P.J.Meertens Instituut moeten zijn om vast te leggen wat er nog over is van het elegante 'melangeren', het permanente sociale pendelen tussen Vlaams en Waals.Filip heeft hoop op Brussel als nieuwe smeltkroes. Met een politieke status aparte, als een Washington DC of Quebec (waar hij op studiereis was). De taalgrens heeft z'n dienst gedaan. Er is een rechtvaardige verdeling bereikt. Vlaanderen en Wallonië kunnen versmelten, maar nu op gelijke basis. Leve de Belgitude! zeg ik hem na. Maandag na 21.00 het tweede deel van ons verslag in de AvondenPS. ''Paille'' is stro, ze bouwden hier vroeger huizen van leem, versterkt met stro.

Tags: 
Taalgrens (2)
Beluister fragment
Jean van Volsemstraat. Boven links is het.
de zelfde vrouw in Antwerpen
vrouw, gezien in Elsene

Blik

 Twee weken terug was ik in het curieuze museum van de Brusselse deelgemeente Elsene (Ixelles). Een voormalig slachthuis in een zijstraat van een zijstraat van de Avenue Louise (Jean van Volsemstraat 71).Vreemde verzameling in die stille zijstraat. Veel Belgen van rond 1900, een Rik Wouters beeld van zijn extatisch springende Nel ('Het zotte geweld'), een mooi strandtafereel van Edgard Tytgat, Delvaux, Magritte. Een zeldzame collectie affiches van begin vorige eeuw. Maar ook zomaar een Picabia, een Picasso of een Signac. Ook oudere dingen waaronder een vrouwenportret van de Nederlander Jan Albertsz Rotius (1624-1666).

 Opeens die vrouw met haar moderne, grote mond, zinnelijke lippen. Lelijk voor toen, vermoed ik. Grappige scheve ogen kijken de toeschouwer taxerend aan. Een blik waar ironie in lijkt te zitten. Wie is zij?Het antwoord kreeg ik tot m'n verbazing een dag later in het Antwerpse Museum Mayer van den Bergh. Verdomd ze was het. Ze draagt zelfs dezelfde kanten kraag, de zelfde broche: 'Meynder Sonck met vrouw en kinderen' staat er. Vijf dochters maar liefst, die nogal op haar lijken (oogjes, monden).

 Ze kwam uit Hoorn, haar echtgenoot was in zaken, scheepvaart vermoedelijk. Merk op hoezeer zij - niet haar man - de centrale figuur in het portret is. En zie, onder het strenge zwarte jak gaat een flamboyant groen met gouden gewaad schuil. Enigszins wijdbeens zit ze. Een rijzige gestalte laat zich raden. Verder voorlopig niets bekend. De Antwerpse kunsthistoricus Hans Nieuwdorp noemt dit familieportret 'star en levenloos'. Ik denk dat het Hollands is. Geen opgelegde expressie. Een formeel portret, zoals familiefoto's nog gemaakt worden.

 Maar dan. Elk van de geportretteerden draagt een verhaal met zich. Verhoudt zich zwijgend tot het gezin. Zo reist hun blik verder in de wereld.PS. Ik maakte - clandestien - de foto's, vandaar de donkere plekken.

 PS2. De advocaat Meijndert Sonck (1626-1675) werd geboren en stierf te Hoorn, waar hij onder meer vijf maal burgemeester was.Nu de naam van zijn vrouw nog.

René en Georgette Magritte
man en vrouw bij Magritte
Filip Rogiers met de plattegrond van het kerkhof van Schaarbeek.

Taalgrens

In 1963 werd de Belgische taalgrens definitief vastgelegd. Voordien waren elke tien jaar volkstellingen. In 1963 was die grens nodig voor de emancipatie van de Vlamingen, vindt Filip Rogiers, schrijver en journalist bij de krant de Morgen, nu is hij een anachronisme, een al te rigide scheidslijn geworden die Vlamingen en Walen steeds verder uiteen drijft. Ook door het optreden van Vlaams Belang. De grap van de Waalse RTBF die onlangs berichtte dat Vlaanderen zich had afgescheiden, werd door veel Walen erstig genomen.

Filip werkt aan een boek over de taalgrens. Ik bezocht hem in Schaarbeek - een van de 19 deelgementen van Brussel, die allemaal een eigen parkeerbeleid hebben - waar hij bij het Josafatpark woont. Vlaams Belang, zegt hij, is extreem on-Belgisch. Hij is een Gentenaar die in het tweetalige, maar eigenlijk multiculturele (er zijn ook nog erg veel Europeanen en Marokkanen) Brussel wortel schoot. Hoe komt het dat er niet allang een burgeroorlog uitbrak? Dat komt omdat de zogeheten 'Belgitude' werkt. Dat betekent oppassen met de gevoeligheden van de ander. En vooral heel veel niet zeggen. Net het omgekeerde van Pim Fortuyn, stel ik vast. Samen gingen we naar Enghien, naar de taalgrens, maar eerst naar het graf van de vader van het Belgisch surrealisme René Magritte, geboren in Lessines aan de taalgrens. Het erg verdrietige, kale rijtjesgraf van René en Georgette op het kerkhof van Schaarbeek. Ik sta er en krijg de foto's van ze voor ogen die ik zo goed ken. Zo dood kan dood zijn.Vanavond in de Avonden deel 1 van ons verslag.PS. Pas 's avonds laat, op weg naar Amsterdam bedacht ik dat ik vergeten was een foto van de trieste zerk te maken. Letters en cijfers, meer niet. Behalve twee erg lege, gekrulde bloemvazen aan het voeteneind..PS2. De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten gaan op de Kunstberg in Brussel begin dit jaar een groots Magritte-museum openen. In dat nieuwe - federale - museum, in het zg. Altenloh-hotel op het Koningsplein zullen zo'n 150 werken van Magritte te zien zijn.

Tags: 
Taalgrens, deel 1
Beluister fragment
De verzilverde kloof (1926)
De bloemen van de afgrond (1928)

Magritte - bellen - bollen (slot)

Wim Bloemendaal - groot kenner van vervoermiddelen - schrijft: 'Ik weet het nog zo net niet of het bellen zijn. Er ontbreekt iets kenmerkends aan: aan de uiteinden van de gleuf zit in de regel een wat groter gat, dat zie ik bij Margritte niet. Nou zeg jij: Bloemendaal, daar heb jij de ballen verstand van. Maar voordat de fietsbel zoals wij die kennen werd uitgevonden, werd er ook zo'n belletje aan de fiets gehangen. Ik heb er een op mijn Safety uit 1890.'

Annemiek Overbeek vult aan. De paardenbel komt uit het standaardwerk 'Magritte' van de Amerikaanse kunsthistoricus David Sylvester (Gent, 1992). Citaat: '...in 'De verzilverde kloof' (1926) introduceerde hij (Magritte) een motief dat zijn handelsmerk zou worden. Dit was de 'grelot', een bolvormige bel met een sleuf zoals die bijvoorbeeld werd gebruikt bij paardentuigen. De eerste maal dat deze bellen in zijn werk verschijnen, in 'De verzilverde kloof', waren het verschillende exemplaren hier en daar aan een gordijn gehecht. Dit was een van de manieren waarop de bel steeds weer terugkwam - bijvoorbeeld in 'De geheime dubbelganger' (1927) en 'De annunciatie' (1930). Een andere manier was in groepjes in de lucht. [...] De 'grelot' was slechts een element in een heel scala aan gestandaardiseerde industriële producten die hij tot het eind toe in zijn werk zou opnemen [...] maar de bel kwam veruit het vaakst voor.'Gelukkig weten we nog steeds niet wat paardenbellen met kloven en afgronden (aan de rand waarvan speciale bloemen groeien) van doen hebben.

Tags: 

Pagina's