Het lijkt of je Paul van Ostaijen hoort. De ritmiek, melodie en herhalingen in zijn gedichten wijzen ook die kant op. Dat maakt vertalen extra lastig. Het komt, zegt hij, natuurlijk omdat hij in de popcultuur is opgegroeid, met muziek en radio. Nu weet ik zelf altijd of ik een schrijver of dichter al lezende 'hoor' of niet. Heb ook schrijvers vaak gevraagd of ze 'hoorden' wat ze schreven. Onverwachte antwoorden krijg je dan. Beyer doet aan muziek, schrijft nu weer een libretto.
Zijn roman Kaltenburg (2008) is vertaald als 'De nacht dat het dode kraaien regende' (Cossee). Zijn laatste dichtbundel 'Graphit' heb ik alleen in het de Duits. Twee gedichten werden vertaald door Ton Naaijkens in Terras, en in 2003 al eentje door Erik de Smedt uit 'Erdkunde'. Gecondenseerde melk (I), dat verscheen in Yang:
'Gecondenseerde melk/ stremt als ik 's/ ochtends mijn plastic jas/ uittrek, mijn vingers/ klam, aardappelkleur, ik/ hoor/ niets, ik ben ook niet/ geschoren, mijn/ schoenen blinken nog,/ veters/ nat, in deze toestand kom ik/ nergens aan.
Ik eet perzik uit blik, er/ drijft iets, haring in/ tomatensaus,/ pakjessoep, er drijft iets, ik/ merk dat ik dit hemd niet/ langer/ aan kan houden, ik wil eruit,/ toch weet/ ik niet of ik zo de straat op/ kom.'