Al lang daar voor voelde hij zich 'zielsverwant' met Matthijs Maris. Zodat je het boek leest met de gedachte wat kunst met heldendom te maken heeft of kan hebben. Een opwelling was het niet, integendeel, een tot in details - inclusief verkleedpartij als agenten - uitgedacht plan met vele deelnemers.
Arondéus zegt het in de inleiding bij zijn verhaal over zijn Matthijs Maris zo: 'Het zijn steeds de droomers, in wie onverwacht en onweerhoudbaar, de geestdrift voor een grootsche werkelijkheid, voor de hevige werkelijkheid van het heroïsme, het hevigst doorbreekt. Het lijkt maar zoo, in het kleine alledag, of de droomers voor het leven vluchten, geen moed tot daden, geen wil tot overwinning hebben, het lijkt maar zoo - in waarheid zijn droom en heroïek van een bloed, beide kennen zij de diepe vervoering, de wilde romantiek, de dronken overgave aan de Idee'.
Aldus instemmend aangehaald door inleider Martinus Nijhoff.
Het zwerfboek kwam uit de nalatenschap van de erudiete mevrouw Van Solkema, die het aan mijn zwager gaf, die bij haar de thuiszorg deed.