Veldslagen

 'Leger' heet de bundel van Mieke van Zonneveld. Waarin ze tussenbeide verslag doet van een Bijbelse veldslag in haar lichaam, waarbij erytrocyten en trombocyten worden verslagen en op de vlucht gejaagd. Ik herken wat ik meemaakte in ziekenhuizen, waar ik een auto werd met een reddeloos motorblok. Bij Van Zonneveld komt als wanhopige metafoor ook de vergeefse liefde van Heloïse voor Abélard er bij, en de kwetsbaarste aller bl­oemen, de klaproos. Ziekte als een inwendige strijd tussen on­bekende legers. Zoals in Veldslag:

 'Mijn lichaam was een huis waarin ik ruimschoots paste./ Ik klampte me aan knuffels vast, bad Here, houd ook/ deze nacht, viel knieën stuk maar beterde behendig.

 Had ik griep, dan trokken leukocyten als een leger op,/ vernietigden het virus en onthielden zijn tactiek.

 Maar het leger pleegt vandaag een staatsgreep/ in mijn beenmerg. Erytrocyten en trombocyten/ slaan samen op de vlucht./ Mijn organen krijgen/ amper lucht.

 Ook bloed ik op vreemde plekken./ In mijn benen, in mijn oogwit, uit de minuscule/ gaatjes in mijn aderen geprikt.

 Mijn borstbeen moet doorboord, een naald/ extraheert vocht, het magma uit mijn binnenste/ wordt grondig onderzocht.

 Een commandant in witte jas onthult zijn strategie:/ 'Deze veldslag winnen we met chemotherapie./ Maar het veld wordt wel beschadigd.'

 Het wordt een uitgestrekt gevecht, een bloedbad/ in een huis dat lekt.

 En ik ga slapen. Ik ben moe./ Ik sluit mijn beide oogjes toe.’