zaterdag 30 april 2016 - 21:47
Vanmorgen lopen vliegdromen in Teylers. Bij 'De Luchtballon', vooral over mislukkingen. Het begon in 1783 met de broers Montgolfier en wat Joseph omschreef als 'een wolk in een papieren zak'. Want ze kwamen uit een familie die papier maakte en hun ballon was van papier.
Zie, de Mongolfiers waren dichters. Hun 'lugtbollen' trokken meteen duizenden mensen, er ontstond een rage. Maar het waren in het begin toch vooral natuurkundigen en artsen die wilden vliegen. Warme lucht, versus koude lucht. Of gas? Intussen volgden er gedichten, liederen en pamfletten. Er ging een eeuwenlange droom in vervulling. Da Vinci tekende al een vliegmachine. In mijn jeugddromen vloog ik zelf vrij veel en keek door het dakraam van het meisje naar binnen.
Het verhaal van Icarus en Daedalus spookt achter al deze vroege ballonavonturen. Doodvallen zullen ze, die pioniers. Vliegen is voor de goden. Het publiek kwam om waaghalzen te zien doodvallen. Nederland was laat. Pas in 1804 ging de instrumentmaker Abraham Hopman in Rotterdam de lucht in.
Probleem bleef dat je ballonnen niet kon sturen. Ballast afwerpen was het enige. Wat ze voor militair gebruik weinig geschikt maakte. Maar toen hij de Fransen in 1870 met gunstige wind het bezette Parijs zag ontvluchten ging graaf Zeppelin een licht op. Hij voorzag een luchtballon van een Daimler automotor.
Toch is de droom bewaard gebleven. In Haarlem zie je de enorme mand van Nadar's Géant, het vliegend rieten huis van de eerste luchtfotograaf. Ballonvaart is poëzie. Je stijgt op, maar het blijft altijd ongewis waar en of je zult neerkomen.