Thomas Vinterberg en de hippiemoraal

 Een 'woongroep' is het wat Thomas Vinterberg in zijn nieuwe Kollektivet laat zien. Hippies van inmiddels in de veertig die keurige banen hebben maar nog steeds hun eigen belang en genoegen boven alles stellen. 'Moet kunnen' is het ijzeren motto gebleven. Rekening houden met anderen is er niet bij.

 Volwassen mensen die niets hebben bijgeleerd. Schokkend vond ik het slot. Televisiepresentatrice Anna heeft het ongeluk over zichzelf afgeroepen door een soort commune te laten ontstaan rond haar echtgenoot Erik en haar zelf. Als Erik een jonge vriendin in de groep haalt moet ze daar volgens de moraal die daar heerst maar tegen kunnen. Dat vindt ze zelf ook.

 En dan pas blijkt dat deze collectieve verkenning van de menselijke omgang grenzen kent. Als Anna instort is er - anders dan je hoopt - werkelijk niemand die een pink uitsteekt. Ik hoopte nog op haar dochtertje Freya, die pakweg vijftien is en ernstig lijkt, maar die blijkt van het zelfde laken een pak. Zij is het die na de zoveelste vergadering het eindoordeel van de groep uitspreekt 'Anna moet maar ergens anders gaan wonen'.

 En dus behoudt vader Erik met ieders goedkeuring zijn nieuwe vriendinnetje en trekt Freya met haar inmiddels geïntroduceerde vriendje bij de woongroep in.

 Moet kunnen. En Anna? Had ze maar niet zo stom moeten zijn. Ze had er toch zelf voor gekozen?

 Ik herinner me de hippiemoraal heel goed. Veel vertoon van emoties, maar die moraal was als het er op aankwam zelfzuchtig en keihard. Niks liefde en zo meer. Vinterberg, die in zo'n milieu opgroeide laat het haarscherp zien.