Proust schreef er over, maar dat ging over onbereikbare reisdoelen.
Zo'n naam vol klank is bij mij Valkenheide. Dat die naam zou duiden op een heide waar valken boven vliegen dringt pas nu tot me door.
Ik kwam er als kind toen het een Internaat was voor moeilijk opvoedbare jongens, eenzaam gelegen op de heide achter Leersum. Ver achter de Donderberg en de Uilentoren.
Bob werkte er, de zoon van tante Wies. Hij nam me mee.
Het bijzondere aan Bob was dat zijn rechterhand ontbrak. Waar zijn onderarm ophield droeg hij wat zijn moeder gebreid had. Een soort nauwsluitende handsok. Wat er onder zat heb ik nooit gezien.
Mij was uitgelegd dat het zijn eigen schuld was dat de hand er niet was. Hij had in de oorlog met vriendjes Duitse granaten opengemaakt. Welk meisje zou hem nu nog willen?
Valkenheide spookt nog in m'n dromen, zoals ook de Uilentoren. Losgezongen namen met verre echo's.