Winter in 1410

 Steeds bekijk ik de prenten van de gebroeders Van Limburg, zoals afgebeeld en toegelicht in het boek van Verhoeven en Stufkens. De toelichtingen zijn bewonderenswaardig praktisch, zoals ook de tekeningen zelf dat zijn.

 Bij de Februari-prent uit het getijdenboek 'Tres riches heures' (vanaf 1410) van de Duc de Berry - de waarschijnlijk eerste winterprent in West-Europa - zie je omheiningen van gevlochten wilgentenen zoals ze nog steeds bestaan en een rijtje bijenkorven, van gevlochten stro. Iedereen hield bijen, er was geen andere zoetstof en van de was maakte men kaarsen - voornaamste lichtbron - die gewijd werden bij Maria-Lichtmis op 2 februari. Er wordt brandhout gehakt.

 In de boerderij zitten een meid en een knecht zich te warmen bij het vuur, met ontbloot onderlijf, want ondergoed bestond nog niet. De boerin zit naast ze.

 Toen het Amerikaanse blad Life begin jaren '50 voor het eerst in kleur verscheen stond de Van Limburg-kalender er integraal in. Maar de redactie had de geslachtsdelen van meid en knecht laten wegretoucheren.

 Wat de vrouw rechts, met de witte omslagdoek en de rode rok doet of zojuist nog deed wordt helaas niet uitgelegd. Dit schitterende boek werd uitgebracht door Vantilt, tgv.de Maelwael-tentoonstelling in het Rijks.

Tags: 

Johan Maelwael

 'Maelwael' zou een naam kunnen zijn van iemand die goed schildert: 'Maal wel'. De Nijmegenaar Johan Maelwael bereidde aan het Bourgondische hof in Dijon de komst voor van zijn neven, de gebroeders Van Limburg, bekend van het adembenemende getijdenboek van de Duc de Berry.

 Bij deze familie, niet bij Jan van Eyk begint de schil­derkunst van de Lage Landen. Nu te zien in het Rijks. Waar je ook kunt leren dat het woord 'schilder' denkelijk komt van het maken van wapenschilden van adellijke families, waar hij goed in was.

 Nijmegen dus, waar ook de voorzaten van Jeroen Bosch vandaan kwamen. Het verhaal staat in 'Grondleggers van de Nederlandse schilderku­nst' van Verhoeven en Stufkens, met net de goeie reproducties.

 Johan maakte ook het eerste olieverfschilderij op doek. Hij is een voorloper van de Hollandse school waarin details spreken. Zoals de oogopslag van de paarden, de altoos meelevende dragers van jonkvrouwen en krijgers - aangekleed, gekamd en geborsteld - en vooral de gezichtsuitdrukkingen van mannen en vrouwen, die voor het eerst sinds de Middeleeuwen tot leven komen. 

 Er hangen twee zekere Maelwael schilderijen - hij signeerde niet, zomin als zijn neven - waarop je dit van nabij kunt volgen. De 'Grote ronde piëta', met meisjes die hun handen voor het gezicht slaan als om de dode niet te hoeven zien, en vooral een grijsharige, bebaarde God de vader met berustende, neergeslagen ogen die zijn zoon van achter onder de oksels vasthoudt. En dan de zogeheten 'Vlindermadonna', een moeder met kind wier hoofd omfladderd wordt door vlinders. Terwijl het kind van een engel een kers krijgt, waarnaar het zijn vingers uitstrekt. Uitleg hoeft dan niet.

Tags: