Alfred Birney

 Als Haagse jongen kwam ik op allerlei manieren in aanraking met de Indische mensen. Zoals buurman Worms, bij wie ik televisie mocht kijken en die me z'n verzameling Hits of the Week uit de jaren '30 cadeau deed, Indische mensen waren modern, hadden eerder tv. De vader van overbuurjongen Jan Hein had een elektrische gitaar, het heilige voorwerp in Indische interieurs. Lees Alfred Birney's 'De tolk van Java'.

 Of de enorme Molukse familie Latupeirissa die ik ontmoette in een van de zeer kleine huisjes langs het Zuiderpark, waar ook Birney gewoond heeft, met zijn Limburgse moeder en gewelddadige Indische vader.

 Indo's ja. Dat zeiden ze achter hun rug. Als nette jongen gaf ik al die gezellig kokende en kletsende vrouwen een hand en stelde me stuk voor stuk aan ze voor. Waarop de een na de ander antwoordde: 'Mevrouw Latupeirissa'. Dat werd grap­pig. Na de zes mevrouwen Latupeirissa schaterde heel het huisje. Meteen zie ik weer de kleine kartonnetjes in vensterbank met de tekst Ambon moet vrij.

 Maar er was ook de familie van klasgenoot René Pasanea die op de planken vloeren leefde in een portiekwoning aan de Vlierboomstraat. Sommigen hadden de repatriëring niet doorstaan. Zoals de broer van mijn geniale gitaarvriend die door zijn moeder alleen nog suikerwater gevoerd kreeg.

 Niet alleen beschrijft Alfred Birney het verscheurde gezin waaruit hij stamt, heel de wereld van de Indische mensen komt in beeld in het meesterlijke 'De tolk van Java. Een boek dat draait om zijn gewelddadige vader. Ja, wat ze gemeen hebben is wel de gitaar. Alfred, de meester-fingerpicker die zijn vader ver overtrof.

 Ik ontmoette Alfred in het tv‑studiootje waar we beiden werden opgenomen voor VPRO‑boeken. Twee Haagse jongens, twee Haagse werelden. Zondag om 11.20 te zien.

Tags: