De tentoonstelling in het Van Gogh. Het kwam van twee kanten, dat leert me het stuk van Mariette Haveman in Kunstschrift. Nederlandse schilders gingen naar Parijs om de nieuwste ontwikkelingen op te pikken, maar andersom brachten ze iets eigens mee dat indruk maakte.
Vergelijkbaar met de wisselwerking tussen Italië en de schilders uit de Lage Landen in de vroege renaissance. Het onopgesmukte, directe in de figuren en voorstellingen.
Jongkind was er vlug bij, al vanaf 1846, en werd door impressionisten als Sisley bewonderd. En toen hij door geldgebrek terug moest naar Rotterdam deden zijn Parijse kunstbroeders in 1860 een fundraising waarbij ze hun werk verkochten om hem terug te halen. Een kameraad werd mee naar Rotterdam gestuurd. Ook om op te passen dat het geld niet opging aan drank.
Dat Breitner er ook zat is een verrassing. Vooral als je ziet hoe hij in navolging van Degas baadsters en danseressen neerzet, maar dan ver van etherisch. Keukenmeiden als ballerina. Een onvergetelijk model dat huiselijk haar kleren bijeenraapt. En een - helaas niet opgehangen rij dames die hun hoeden vasthouden in de wind aan boord van een schip. Ver van elegant.