De schilderes Hadassah Emmerich (1974) is de dochter van een Indische vader en een Hollandse moeder. Op haar zesde scheidden de ouders en ging 'de rijst bij haar moeder de deur uit'. Op haar 15de was ze weliswaar danseres in een amateur Hawai-dansgroep, maar pas in 2003, bij haar 'coming out', de tentoonstelling 'Ambitious Batik Babe' in het museum voor moderne Kunst in Arnhem kwam de rijst terug.
Daarna bestudeerde ze twee jaar lang aan het Londense Goldsmith College het orientalisme. Het orientalisme, dat begon met 19de-eeuwse intellectuelen en hun grand tours naar de Orient.In haar werk ging ze spelen met clichés. Tentoonstellingen met titels als 'Tigerlily legacy' of 'With love from batik babe'. Het spel met exotische motieven slaat soms om in ernst. Wordt opeens meer dan pastiche. Wat zit verscholen achter het charmante decoratieve? Achter de reisbureau's in exotisme? Achter haar trossen bananen? De overwoekering met planten en bloemen, groenroze, doet denken aan de limonade die ik bij Indische buren in Den Haag kreeg en die stroop heette. In haar werk zit bloei en rottenis tegelijk. Overwoekering? Waarmee? Met tropische cliché's? O ja, ze lacht zelf ook. Maar als ik lach, waar lach ik dan eigenlijk om? Het gaat om het verschil tussen twee werelden, zegt ze. Om het neerkijken op het andere, het kwetsen, dat op den duur tot terrorisme leidt.Op woensdag 18 oktober na 21.00 is Hadassah Emmerich te horen in het Beeldende Kunsthalfuur van De Avonden.