Wortelwereld

 Planten denken en voelen met hun wortels. Eigenlijk kijken we hier boven de grond naar het verkeerde. Blaadjes en bloemen zijn bijzaak. De plant zoekt daar beneden in het donker naar voedsel, strijdt en werkt samen met bacteriën..

 Fotograaf en kunstenaar Diana Scherer dresseert die plantenwortels. Laat ze groeien in de vormen die zij graag ziet. En de planten gehoorzamen, in het 'wortellaboratorium' waar ze samen met Nijmeegse wetenschappers werkt.

 Daar keert ze de wereld om. Onder wordt boven. Zoekende, tastende organen, daar onder onze voeten, met zintuigen die hun omgeving waarnemen.

 Diana dresseert de planten, hun wortels laat ze in de patronen groeien die zij graag ziet. En dat doen ze gehoorzaam. Kunst en wetenschap vinden elkaar.

 'Het zijn eigenlijk een soort haren of draden,' zegt ze. 'Dus kun je ze modelleren tot een weefsel, of een mat.'

 'Nog een heel gedoe om ze in het gareel te houden, Eigenlijk groeien ze alle kanten op, op zoek naar voedsel, donkerte, water. Maar als je ze op een sjabloon laat groeien, vullen die wortels tot mijn verbazing zelfs kleine holtes helemaal op.'

Tags: 

Mädchen

 Is de titel - in een enkel woord - van het nieuwe fotoboek van Diana S­cherer. Foto's van meisjes, zo jong dat ze nog dicht bij de grond leven.

 'De grond', zo noem je dat als kind.

 Hun gezichtjes zie je nergens. Ze liggen met hun gezicht tegen de vloer - soms het tapijt, soms het linoleum - hun armen en benen meest gestrekt, de kleine handruggen naar boven. Alsof ze steun zoeken bij een andere wereld. Zich van ons afkeren.

 De foto's werken.

 Ik ruik die vloeren, zoals zij ze moeten ruiken. Duw mijn neus in het tapijt als eens. Mijn element, zo goed weet ik nog hoe ik over vloeren alleen maar kon kruipen, voor het lopen kwam.

 Van kruipen naar lopen. Dertig centimeter verschil in hoogte en alles veranderde. Zoals het beklimmen van een dijk in een vlak land een sensatie is.

 Je gezicht in een tapijt duwen is thuiskomen.

 Diana Scherer geeft geen uitleg bij deze foto’s. Ze spreken voor zichzelf, zoals ik nu. 

Tags: 

Herostratos

Afgelopen vrijdag vertelden fotografe Diana Scherer en dichter Menno Wigman in de Avonden over hun bundel De vrede moe. Wat niet in de uitzending kwam was Menno’s portret van de klassieke held Herostratos, die de tempel van jachtgodin Diana in brand stak om zo de onsterfelijkheid te verwerven.

 Helaas, de rechter had hem door, veroordeelde hem niet alleen ter dood maar verbood zijn naam ooit nog in het openbaar te noemen. Geschiedschrijver Theopompus vond zijn verhaal later zo bijzonder dat hij het boekstaafde, en zo kennen wij zijn naam. Veel misdaden, zegt Menno zijn gepleegd om de roem. Zijn ode aan Herostratos:  

 

 Er tikken pissebedden in mijn hoofd.

Ze naaien mijn gedachten op.

Ik denk al dagen aan een daad, zo groot,

zo hevig en dramatisch dat mijn naam   

in alle kranten komt te staan.                                    

 

Napoleon, las ik, was kleurenblind

en bloed was voor hem groen als gras.

En Nero, die bijziend was, hield het spel

in zijn arena bij door een smaragd.                        

 

Nu even stilstaan. Moet je horen: ik

ga straks de straat op, ik besta het, schiet    

me leeg en verf de feeststad groen.       

 

En nog voor het eind van het festijn

zal ik de grootste zoekterm zijn.

           

 

De vrede moe (2)

 Het sterfputje heet het in de loodgieterij. De laatste stop voor het riool. Down the drain gaat van alles, maar dode lichamen alleen in de geest. Zoals bij fotografe Diana Scherer.

 Vanmiddag met haar en dichter Menno Wigman gebogen gezeten over tekst en foto's uit hun raadselachtige boekje De vrede moe. Elk voor zich bleken ze zich verdiept te hebben in politiefoto’s van lijken uit 'Moord in Rotterdam' (1994) en foto's van de New Yorkse misdaadfotograaf Weegee.

 Diana maakte kleine, angstaanjagend levensechte poppen van de dode mannen en vrouwen op de foto's en legde die neer op een plaveisel vol plassen, in duister parkgras of zoals hier op een antieke douchevloer. En dan fotografeerde ze die taferelen. Op die laatste wordt het afvoerputje een aureool rond het hoofd van de dode. Ook Menno kende de Rotterdamse doden uit 1905-1967, schreef zelfs een gedicht waarin een dolk de hoofdpersoon werd. Zo leerden ze mekaar kennen.

 We verbaasden ons vanmiddag opnieuw over de 'poëtische glans' die ligt over deze zwartwit foto's. Griezelig, maar mooi. Hardvochtig en liefdevol tegelijk. Opwindend ook, het woordje geil kwam als vanzelf op.

 En vergeet niet: een op de drie daders heeft een liefdesver­houding of bloedband met het slachtoffer.

De vrede moe (1)

 Heet de bundel met foto's van de in Duitsland geboren Diana Scherer en gedichten van Menno Wigman, die vrijdag te horen zijn in de Avonden. Niks minder dan schokkend, die foto's. Je ziet vrouwen liggen, dood, in een uit­vergrote omgeving. Een reusachtige gootsteen, het afvoerputje in een enorme douchevloer. Maar ook plaveisel vol plassen regen. Politiefoto's lijken het, van slachtoffers, vrouwen zonder uitzondering. Pas na lang staren vraag je je af hoe ze gemaakt zijn. Dan ga je de gedichten van Wigman lezen. Zoals 'Dit niet':

 Zodra de avond zich had omgedraaid

voltrok zich haast een wonder in de straat.

 

Eerst stierf een ziekenwagen uit het zicht.

Toen viel een kluitje mensen uit elkaar.

 

Een jongen, kostbaar als een kever, trok

galant zijn mes uit iemands ribbenkast.

 

Zijn smalle wespenblik kreeg haast iets zachts.

Hij schreeuwde wel maar slikte alles in.

 

Toen viel de avond langzaam weer terug

in weemoed en tv, verdween het mes

 

en liep hij glansloos weg uit dit gedicht.

Een plot was er niet, laat staan muziek.

 

De dood verzint van alles, maar niet dit.