Alles zou in een mensenleven anders kunnen zijn. Je was met een ander getrouwd, of niet, woonde in een andere plaats, met ander werk. Zoals in Canada tenslotte vaker voorkomt dan hier.
Wie doet het spel niet? Een man of vrouw tegenover je in de trein wordt een voorstelbaar ander leven. Maar nee, zo'n leven zou ook jou veranderen.
Het is het thema in veel van Alice Munro's latere werk. Bundels als haar laatste, Dear life (2012). Verhalen, die stuk voor stuk levensportretten zijn. Je leert mensen kennen. Meestal een echtpaar. Meestal kinderloos. Met wat daar omheen hangt aan collega's, werklieden, een hulp in bedrijf of huishouding, familie, hun jeugd. En dan. Dit is het Canadese platteland, Ontario. Uit hun kracht groeiende dorpen. De oorlog is nog maar kort voorbij. Alles beweegt in hink-stap-sprong.
Een kras voorbeeld is de Alzheimerpatiente in het slotverhaal van in Hateship, friendship, courtship, loveship, marriage (2001) getiteld The Bear Came Over the Mountains. Waarin een huwelijk van een mensenleven verandert in de omgang met een vreemde. De vrouw is haar huwelijk vergeten, wordt verliefd op een medepatiënt in het tehuis.
Voor het toeval is in de literatuur maar zelden plaats. Alice Munro is een van de weinigen die onze omgang met het toeval beschrijft, hanteert. Haar hoofdfiguren, man of vrouw, zoeken machteloos, hulpeloos naar zin en logica in het zinloze en ongerijmde. In hun hart wetend: alles kan anders zijn dan nu. En dat gebeurt ook.