Alice Munro en Chagall

 Het is 1959. Een moeder van dochtertjes van twee en zes ligt op bed. Ze is niet ziek, ze eigent zich een kwartier toe. Ze probeert te denken over wat ze zou willen schrijven. Bij Alice Munro (1931) is dat altijd het dichtbije, waarmee alles begint. Ik lees haar biografie van Robert Thacker 'Writing her lives'. Waarin over haar vroege jaren:

 'Ik probeerde een schrijver te zijn maar ik schreef zelden iets. Wat ik deed was mijn hoofd schoonvegen en me vastklam­pen aan iets waar ik over wilde schrijven. Het was het verleden, het was nog niet mijn verleden. Op mijn slaapkamer had ik een reproductie van Chagalls 'Ik en het dorp' waar ik naar keek om hulp. Ik geef dat niet graag toe - de maanwitte koeienkop, de kostbare stenen, de kerk ondersteboven, dat leek allemaal stylish en opgepoetst, als je het vergeleek met het echte verleden waar ik mee te maken had, zelfs als een droom is dat beeld ver weg - maar het is waar dat toen ik op bed lag en er naar keek dat ik een massa gecompliceerde pijnlijke waarheid op mijn hart voelde drukken; ik wist dat ik niet leeg was, ik wist dat ik straten en huizen en gesprekken binnenin me had; weinig idee over hoe die eruit te krijgen en geen tijd of een manier om greep op ze te krijgen.'

 De sleutelzin 'ik wist dat ik niet leeg was' komt terug bij de over haar schrijven twijfelende Munro. De Chagall ook, in een verhaal, waarin een echtgenoot er een hekel aan heeft. Munro groeide op in de Canadese provincie en wist uit ervaring veel van dieren.

Tags: