In 2010 sprak ik Beatrice de Graaf in de Avonden over haar boek 'Theater van de Angst', over hoe terrorisme werkt: terroristen brengen in de media een voorstelling. En dan? Ik pak het er weer bij.
Een voorstelling waarin beide partijen ‑ terroristen en hun bestrijders ‑ dingen naar de gunsten van ons, het publiek, en hun eigen achterban. George W. Bush bleek een ideale tegenpartij. En in zijn kielzog heel de Westerse wereld.
De Nederlandse overheid krijgt complimenten voor de niet-hysterische manier waarop ze reageerde op de Molukse acties in de jaren '70. In totaal sterven hier 16 mensen, waarvan 6 terroristen, de meesten door acties van jonge Molukkers. Nu onvoorstelbaar ingrijpend. En heel veel meer dus dan na 2000. Toch ontstond er in '70 geen terrorisme‑paniek. Hoe kon dat? Terughoudend beleid, zegt Beatrice de Graaf.
Bij de moorden op Fortuyn en Van Gogh kon geen de-escalerend beleid meer gemaakt worden.
Wat doe je tegen radicalen die een absoluut gelijk koesteren en menen dat hun doel alle middelen heiligt? De 'War on terror' van Bush heeft averechts gewerkt. Nogeens: het effect van terreur staat of valt met onze reacties.