Dank

 De rommelige bijlage die de Volkskrant heeft vernoemd naar een vergeten bergbeklimmer had afgelopen zaterdag een omslag met grauwe fotootjes van wat heette 'Vergeten schrijvers', met op hun kop gezette namen. Vergeten? Door wie? Waarom?

 Niet door mij, ik kende ze allemaal. Vergeten door de markt, leek me. Zoals eens schrijvers als Franz Kafka en John Williams werden vergeten. Ik dank de Volkskrant voor dit signalement van de werking van de markt in de letteren. Dank dus.

 Dit in navolging van de dichter Maarten van der Graaff die voor tijdschrift Tirade een 'Dankwoord' schreef: 'Sommige dichters hebben mij geleerd hoe misselijkmakend poëzie kan zijn. Hoe log en doods.' En hij bedankt de 'zeer geleerde handelsreiziger' Cees Nooteboom voor zijn 'comfortabele gedichten'. En schrijft verder zinnen als: 'Hester Knibbe, ik had uw werk, dat geprevel met die flinterdunne duurzaamheid, niet willen missen. Uw kleurloze algemeenheid die als menselijkheid poseert is adembenemend. Ik heb veel geleerd van de ongemeen brave verwijzingen die uw getrut moeten opleuken: Griekse goden (overeenkomst met vakantie-orakel Cees: het gymnasium heeft de poëzie veel aangedaan), Duino, Het Paradijs.' En komt dan op de gesel van het light verse. Waarna 'Een diepe buiging' voor 'de grootmoefti van de kitsch en ongeëvenaard Europees monumentenzorger Benno Barnard.

 Dan richt hij zich tot 'de bleke harpisten en zachtaardige vogelaars.' In het bijzonder de 'godfather van de wielewaalzoekers' Chris van Geel. En hij besluit met dank aan de winnaar van de Buddingh-prijs Henk Ester voor diens bekroonde bundel 'Bijgeluiden': 'beetje rondhangen, beetje loeren, bij het water, bij een boom, beetje nadenken - hé is dat niet een wielewaal?’

 Van der Graaff is bezig met een roman. Een dankroman?