De eeuwigheid van J. van Oudshoorn

 Het verstrijken van de tijd keert telkens weer in de dagboeken (1934-1943) van J. van Oudshoorn. Dit uit 1942. Na opmerkingen over oa. tandenborstels  die nergens meer te krijgen zijn komt een bespiegeling over 'Verleden' waaruit dit over wat hij noemt een 'eeuwigheidsmoment':

 ‘De pijn, die er ligt in de sensatie van het weder intens beleven van 'grauw' verleden (open ramen, huiskamer Leiden Zaterdags avond), de smart van het mysterie 'voorbij', wordt milder door het besef der mogelijkheid, dat dit toenmaals beleefde, waarnaar thans zoo heftig terugverlangd wordt (omdat dit voorgoed onbereikbaar is) niet dieper ondergaan werd dan het in dit huidige moment zelf (wat een stijltje!) beleefde, waarvan tegelijk het betrekkelijk reële tot bewustzijn komt. Met andere woorden, qua beleven vertoonen zoo verleden en heden geen graads-verschil meer en de dramatiek van een 'voorbij' heft zich bij wijze van spreken op tot 'eeuwigheidsmoment'.'

  En zo verder. Meesterlijk dat terzijde over zijn eigen 'stijltje'. Hij schrijft daarna nog: 'Weder-ontwaken boven winkeldeur Leiden is meer dan reminiscentie, dat is reeds vragen: wat gebeurt er, waar ben ik 'thans' ='

  Die winkeldeur waarboven bij eens logeerde keert vaak terug.

  NB. De dagboeken, bezorgd door Jan Paul Hinrichs, zijn te krijgen bij de Statenhofpers van meesterdrukker Jaap Schipper www.statenhofpers.nl