De hitte bij Bruno Schulz

 Er bestaat geen beklijvender hitte dan die op het marktplein van de kleine stad Drohobycz, nu in de Oekraïne, niet ver van de Poolse grens. Bruno Schulz (1892-1942) heeft het voor altijd beschreven in zijn twee boeken. Ik citeerde al een stukje 'Sanatorium Clepsydra', z'n eerste, 'De kaneelwinkels' begint ermee.

 'Elke dag trok heel de grote zomer dwars door ons donkere bovenhuis aan de markt: de stilte van de trillende luchtaders, de vierkanten van het zonlicht die op de vloer hun felle dromen droomden, de melodie van een draaiorgeltje, gedolven uit de diepste goudader van de dag, twee, drie maten van een refrein, die ergens steeds weer opnieuw op een piano werden gespeeld en verloren in het vuur van de diepe dag in de zon op de witte trottoirs bezwijmden. Wanneer Adela de kamers had gedaan, liet ze de linnen rolgordijnen neer en dompelde de kamers in het donker. Dan daalden de kleuren een octaaf, als verzonken in het licht van het diepst van de zee vulde de kamer zich met schaduw en werd in de groene spiegels nog troebeler weerkaatst, terwijl alle hitte van de dag neersloeg in de gordijnen, die zachtjes golfden van de dromen van het middaguur.'

Tags: