De trooster

 Het woord is eigenlijk 'inkeer', dat is wat mensen zeggen te zoeken die tijdelijk in een klooster in retraite gaan. Zou dat kunnen, tijdelijk? Ik lees Esther Gerritsens 'De trooster'.

 En denk 'het is een eigenschap', een manier van in het leven staan. Zoals Jacob, de concierge en klusjesman van het kloost­er, de hoofdfiguur.

 Je merkt het als een staatssecretaris die de benen heeft genomen uit politiek Den Haag door Jacob wordt binnengelaten en zich aan hem vastklampt, terwijl hij toch geen echte broeder is. Hoe komt Jacob van hem af?

 'Alleen terug in de gang leek de rust meteen weergekeerd. Ik hou erg van de tegelvloer daar. Voor ik mijn voet neerzet, rusten mijn ogen altijd kort op de tegel die ik zo zal raken, waardoor mijn stappen in een perfecte mal vallen, een opeenvolging van telkens op de juiste plek aankomen. Dat alles op een zacht zoemende innerlijke melodie. Het is de melodie waarop ik loop en zo lijkt mijn gang nooit mijn eigen gang, meer een gehoorzaam volgen.'

 Een Bekende Nederlander, het windt de kloosterbroeders op. Alleen Jacob had nooit van hem gehoord.