Esthers Pasen

 Esther Gerritsen heeft als in de oude tijden de Bijbelse gebeurtenissen verknoopt met het dagelijks leven. De geladen aanloop naar Christus' dood, zoals een katholiek meisje het geleerd heeft.

 Maar dan. Had Pontius geen groot gelijk toen hij zijn handen in onschuld waste? Want wie was die dwaas die wilde sterven voor zijn Grote Gelijk? Zoals Socrates het al voor hem gedaan had?

 Nog steeds sterven rechtzinnige moslims voor hun gelijk. En laten velen met hen sterven. Moeten wij dan een man vereren die beweert Gods zoon te zijn en weigert zich te schikken in het Romeinse gezag? Wat makkelijk had gekund. Zoals ook Socrates eenvoudig aan zijn gifbeker had kunnen ontkomen?

 Ja Plato, zijn schepper, streed levenslang tegen de democratie. Daarin immers zit het compromis dat het ene Heilige Gelijk overstemt.

 En ik denk, net als Henry in Esthers boek De trooster, waarom moest de Messias eigenlijk bekend maken dat hij Gods zoon was. Henry, de politicus die zich gaat bezinnen in het klooster en die Christus ziet als 'een redelijke doorsnee man' en het  'gewoon niet slim' van hem vindt om zich Gods zoon te noemen.

 Was het, denk ik, ook niet een beetje onbescheiden?

De trooster

 Het woord is eigenlijk 'inkeer', dat is wat mensen zeggen te zoeken die tijdelijk in een klooster in retraite gaan. Zou dat kunnen, tijdelijk? Ik lees Esther Gerritsens 'De trooster'.

 En denk 'het is een eigenschap', een manier van in het leven staan. Zoals Jacob, de concierge en klusjesman van het kloost­er, de hoofdfiguur.

 Je merkt het als een staatssecretaris die de benen heeft genomen uit politiek Den Haag door Jacob wordt binnengelaten en zich aan hem vastklampt, terwijl hij toch geen echte broeder is. Hoe komt Jacob van hem af?

 'Alleen terug in de gang leek de rust meteen weergekeerd. Ik hou erg van de tegelvloer daar. Voor ik mijn voet neerzet, rusten mijn ogen altijd kort op de tegel die ik zo zal raken, waardoor mijn stappen in een perfecte mal vallen, een opeenvolging van telkens op de juiste plek aankomen. Dat alles op een zacht zoemende innerlijke melodie. Het is de melodie waarop ik loop en zo lijkt mijn gang nooit mijn eigen gang, meer een gehoorzaam volgen.'

 Een Bekende Nederlander, het windt de kloosterbroeders op. Alleen Jacob had nooit van hem gehoord.

Roxy (2)

 Esther Gerritsens 'Roxy' gaat over de dood. En hoe dan. De onoplosbaarheid. Roxy, de plotselinge weduwe van de filmman lost het anders op dan anders. Ze gaat naar bed met de begrafenisondernemer en zo door.

 Hoe te ontsnappen aan de gesel van het 'emotie tonen' - op straf van voor gevoelsarm te worden aangezien. Roxy doet enerzijds of Arthur er nog is, oppasbeurten op dochtertje Louise incluis. Dood als een agenda-itempje. Anderzijds breekt ze los, komt op voor haar eigen gevoelshuishouding, ook in het bijzijn van anderen. 

 Maar anonimiteit wordt alom opgeheven. Ben je anoniem gestorven dan nog krijg je een dichter aan je graf. De stille dood bestaat niet meer. Sterven doe je in het openbaar, liefst voor de camera. Je moet je er op kleden. Is dat nieuw? De Romeinen hadden hun arena's. Het kijkspel van mensenslachtingen. Roxy kan zich niet aan de codes houden. Steeds schiet ze scheef. Omdat haar werkelijkheid scheef is, net als de mijne. 

 De dood van mijn ouders, nu twintig jaar geleden is nog steeds in beweging, bezig een plaats te vinden in mijn hoofd. Een paar dode vrienden wandelen daar rond, al jaren. Voldongenheid is ver te zoeken.

 Voor mezelf weet ik het wel, cremeren, geen steen. 'Geen bezoek geen bloemen' is een vloek geworden, dat weet ik. Net als 'in besloten kring'. 

Roxy (1)

 Nog maar ergens halverwege ben ik in Esther Gerritsens Roxy en ze gro­eit me al boven het hoofd. Roxy heeft een dochter van drie. Haar man en zijn minnares zijn omgekomen in een auto-ongeluk. Wat nu? Wraak. Maar hij is dood. Waarheen de wraak?

 Ze gaat op zoek naar een vijand. Het wordt een klassieke tragedie. Wraak is hier geen gerecht dat koud gegeten wordt. Wraak is oeroud, gloeiend, onuitroeibaar en ongrijpbaar.

 Haar wraak krijgt de vorm van het vermoorden van onschuldige schapen. De godin Pallas Athene sloeg immers de held Ajax met waanzin waardoor hij een kudde schapen uitroeide maar dacht dat het vijandelijke troepen waren. En al lezend rijst de vraag of je je kunt verstoppen in waanzin?

 Of in Esthers woorden: 'Kan mijn hoofdpersoon in razernij een op het eerste gezicht afschuwelijke daad begaan, maar kunnen we haar woede begrijpen, haar wreedheid accepteren?'

 Als in alle boeken van Esther is de hoofdfiguur gespitst op wat van een mens verwacht wordt. Door de and­er. ­En daardoor weer door zichzelf. Wat zullen de anderen van Roxy denken? En dat terwijl mij lijkt dat verreweg de meeste mensen niet geven om wat anderen van ze denken. Met zichzelf bezig als ze zijn.

 Ik lees kriskros, als altijd. Eigenlijk kan ik niet lezen. Waarom ze Roxy heet? Haar ouders gaven haar die naam. Die van een sigarettenmerk, gevlogen door luchtschrijvende vliegtuigjes boven het strand. Later meer.

Esther Gerritsen (2)

 Wanneer er een dodelijke ziekte bij je wordt vastgesteld dan is dat tot daar aan toe. Erger is: hoe vertel ik het mijn familie. Waar zadel ik ze mee op?

 Zoals iedereen weet is ziekte de schuld van de zieke. Die veroorzaakt immers overlast. Niemand zit op een ziek familielid te wachten. Zeker niet als het een wat eigenaardige, gescheiden vrouw is die alleen woont en veel te lang heeft gewacht met vertellen wat ze onder de leden heeft.

 'Dorst' van Esther Geritsen zit vol van dit soort ware omkeringen. Hoe vertel je het je dochter zonder te lachen? 'Alle taal die je de wereld in stuurt moet vertaald worden,' verzucht ze. Wat zijn de gewenste vragen, antwoorden, gedragingen?

 'Deel je het wel?' vraagt de huisdokter, geheel volgens de moderne openheidscode. En steeds weer vraagt Elisabeth zich af wat 'het goede antwoord' is. Dat was altijd al haar probleem. Als ze met een apotheektas vol morfinepleisters en hoestdrank over straat gaat heeft ze tenminste een vrijbrief.

 'Dorst' is uitzonderlijk. Veruit het beste boek dat ik in jaren las. Benauwend en komisch tegelijk. Donderdag ga ik er met Esther een radiogesprek over opnemen.

Esther Gerritsen (1)

Het lijkt of zo goed als alles tussen mensen bespreekbaar is geworden. Zo wil het de schone schijn van televisie.

 Maar zo is het niet. Wie hoort ooit hoe er over hem of haar gepraat wordt als ie er niet bij is? De schaarse keren dat me - altijd via via - iets ter ore komt schrik ik me rot: who? me?

 In haar nieuwe roman Dorst ontrafelt Esther Gerrit­sen wat er werkelijk omgaat tussen familieleden. En dan, dan zijn er ook nog de moeilijke onderwerpen, de dingen waarover je liever niet praat, maar die toch gezegd moeten worden. Zo herinner ik me dat een vriend, toen een ongeneeslijke ziekte bij hem was vastgesteld, daar niet over wilde praten. Maar, met degenen die in griezel-Amerikaans 'your loved ones' genoemd worden viel daaraan niet te ontkomen. En toen?

 Daarover gaat deze 'familieroman' van Esther. De griezel van het intermen­selijk bedrijf. Familie als horror. Giechelend, herkennend vreet ik situatie na situatie, dialoog na dialoog. Als voorbereiding op een gesprek in de Avonden.

Gevaren

 Dominique, de hoofdpersoon van 'De kleine miezerige god' leert haar cliënten in een dagcentrum hoe ze hun leven 'heel kunnen denken'. Maar er zijn moeilijke gevallen, zoals de vrouw die de gevaren die haar omringen geen seconde uit het oog mag verliezen.

 'Het is dat ik verplicht ben me in elk gevaar in te leven. Er is een vereist aantal gedachten, een vereist aantal zorgen. Dat is mijn straf, dat is het lijden. Dat ik mij daar steeds weer in moet inleven. Het is het verplichte gedachtenpatroon dat bij elk plan, elke voorgenomen handeling, elke beslissing doorlopen moet worden. Niet om zo het gevaar af te zweren, want ik weet dat er geen gevaar is. Als ik naar de bakker ga. Als ik de deur achter me sluit. Dat weet ik, ik ben niet gek. Mij hoef je niet te vertellen dat er geen gevaar is. Mijn enige probleem is dat ik voel dat er een straf boven mijn hoofd hangt als ik onbezonnen te werk ga. Zolang ik mij consequent in gedachten in doodsangst begeef, word ik gespaard.'

 Toen Dominique de vrouw toch domweg had gevraagd wáár ze dan bang voor was, had de vrouw tegen haar geschreeuwd: 'Daar Gaat Het Niet Om! Er is geen gevaar! Waar het om gaat ...' en ze was haar verhandeling van voor af aan begonnen.' Dominique begrijpt dan dat ze verknocht is aan haar hersenspinsels waarin er maar één de spelregels bepaalt: zijzelf. Zo kondigt zich het onheil aan.

 Maandagavond na 21.00 is Esther te horen in de Avonden.

Esther Gerritsen
Beluister fragment

God

 Morgen ga ik langs Esther Gerritsen om te praten over De kleine miezerige god. Een opmerkelijke karakter in dat boek is de onderbuurrvrouw van de hoofdfiguur mevrouw Jovkov.In het begin nog een verfrissende aanwezigheid voor de overbeleefde Dominique.

 ‘Hoe vind jij de cake?’ Dominique begon zich te ergeren. Niet aan mevrouw Jovkov, van wie ze weinig hoopvolle verwachtingen had en die haar routineus negeerde wanneer het haar zo uitkwam, maar aan zichzelf. Als ze nog een keer die welopgevoede klank in haar stem hoorde, de plichtmatige antwoorden, dan wist ze dat ze de hele avond last zou blijven houden van de zelfwalging die hier al langzaam begon te groeien. Wat je al niet moest doen om één eenzame avond veilig te stellen.

 ‘Ik vind het … smerige cake’, zei Dominique en met dat antwoord ontstond er een nieuwe onbekende ruimte, waarin nog veel meer mogelijk leek. Mevrouw Jovkov keek niet op van het antwoord, ze kauwde onverstoord op haar cake, slikte en toen haar mond leeg was, zei ze: ‘Die buurtwinkel hier, dat is niks.’ Dominique liet de cake uit haar hand glijden. Nu ging er een kleine siddering door het grote lijf van mevrouw Jovkov.‘

Esther Gerritsen

 De kleine miezerige god. Heet de nieuwe roman van Esther Gerritsen die dezer dagen verschijnt. Op de site van uitgeverij De Geus staat een samenvatting van het verhaal een voorproefje.

 Onder hoofdpersoon Dominique woont een alleenstaande oude vrouw met haar hondje Pasja. Deze buurvrouw, mevrouw Jovkov, draait nergens om heen, verwacht geen medelijden en heeft dat zelf ook met niemand. Luisteraars van de Avonden kenden mevrouw Jovkov ook al uit - voorlopige - fragmenten die Esther in de Avonden in Music-Hall voorlas. In dit fragment blijkt Dominique zwanger.

 Mevrouw Jovkov knikte.‘Koffie is klaar’, zei ze. Ze liep naar de keuken en kwam terug met de koffie op het bekende houten dienblad met Delfts blauw tegeltableau. Dat het mevrouw Jovkov geen ruk kon schelen dat zij zwanger was, was op een bepaalde manier een geruststellende gedachte. Dat dit enorme feit voor veel mensen – zoals haar buurvrouw – geen schokkend wereldnieuws was. Maar terwijl mevrouw Jovkov door bleef praten over zwangerschapskwalen voelde Dominique hoe haar lichaam protesteerde. Dat lichaam eiste aandacht, meer dan haar geest. De kalmte was van korte duur geweest en Dominique ging steeds weer verzitten of trilde met haar benen, krabde aan haar gezicht. Het lichaam wilde niet kalm zijn. Zeker niet toen mevrouw Jovkov over haar dochter als baby begon te spreken.‘Als baby was Ietje …’‘Nee!’ riep Dominique bij het horen van het woord ‘baby’, een woord dat niet hardop uitgesproken mocht.

Marjolein van der Klauw
De gebroeders Grimm heten welkom, voor Desmet.
tapdancer Marije Nie stelt haar ijzertjes scherp
Louis Lehmanns ragtime
Esther Gerritsen into Buck

Laatste

De laatste aflevering van Music-Hall in De Avonden verliep in de beste stemming. Twee uur literair variété waar eigenlijk alles in zat. Zo was het.

 Han Buhrs en Marije Nie brachten een tapdansdialoog, het Music-Hall orkest deed onder veel meer een memorabele a capella 'ochtendlat-gospel' ('Morning wood'), Meneer Foppe hoorde zichzelf op de radio, Esther Gerritsen las een hilarisch In Memoriam Buck Owens en Marjolein van der Klauw zong 'Did I shave my legs for this?' Schrijver dezes deed eindelijk zijn Reserveverhaal en Wim de Bie leidde de community singing bij het Afscheidslied. In de after hours werd een groepsfoto gemaakt met talrijke schrijvers en dichters die in Music-Hall optraden, vaak met nieuw werk, sinds 1992. En nog weer later schoof Louis Lehmann achter de piano.