De bundel Apollo in de sneeuw van de Rus Alexander Koesjner (1936) bevat een keuze van vertaler Peter Zeeman. In 'Nachtvlinder', droomt zo'n vlinder dat ze bij klaarlichte dag een slapende dichter bekijkt:
'Mijn jasje hangt vanaf een stoel dood naar beneden.
Een vlinder is op een revers in slaap gegleden.
Daar rust ze, uitgeput, in helder licht verstrikt.
Waar slaap haar trof heeft ze de vleugels uitgeslagen.
Toe, wek haar niet: ze is vermoeid, net ingeslapen.
En met een gele draad is haar dessin doorstikt.
Op haar die 's nachts kan zien moet licht wel overkomen
Als een gordijn, gesloten, maar met purperen zomen,
Een soort van deken waar ze veilig onder ligt.
Ze droomt een kamer met een slapende, gedompeld
In golvend duister, dat hem wreed heeft overrompeld.
En op die drenkeling houdt zij haar blik gericht.'