Een overbodige vrouw

 Al lezend verzink ik in het leesleven van Aalia, de heldin van 'Een overbodige vrouw' van de Libanees Rabih Alameddine. Levenslang staat ze in een boekwinkel in Beiroet, tegelijk vertaalt ze de wereldliteratuur in het Frans..

 En zo komen heel terloops toepasselijke regels van Sebald, Pessoa of Bruno Schulz het verhaal binnen. Afgewisseld met familieruzies en geve­chten. Zoals dit, in 1982 als Israël de stad belegert en mensen de stad ontvluchten. De weduwe Aalia blijft. Er dringen plunderaars haar huis binnen: 'Ik sprong uit bed, nog in mijn nachtjapon. We zaten al weken zonder water - mijn haar en mijn nachtjapon waren in geen tijden gewassen. Ik pakte mijn Kalasjnikov 47 die naast me aan de rechterkant lag, waar mijn echtgenoot zoveel jaren terug had geslapen. De 47 hield me de hele burgeroorlog lang gezelschap in bed. Blootsvo­ets stormde ik de kamer uit met het wapen in de aanslag. De mannen in hun werkkloffie wierpen een blik op de aanvallende krankzinnige vrouw en maakten dat ze wegkwamen (...)'

 Overbuurvrouw Fadia weet ook raad met indringers: 'Ook zij had haar medusaharen of haar versleten nachthemd in geen tijden gewassen. Ze zag er waarschijnlijk net zo angstwekkend uit als ik, maar gewoonlijk waren haar vingernagels smetteloos verzorgd. Van twee verdiepingen lager kon ik de subtiel gevormde vuurrode nagel van haar wijsvinger zich rond de trekker zien krommen.'

 En nu duik ik weer in het boek terug, 'Een overbodige vrouw' werd door Adriaan Krabbendam vertaald voor kleine uitgever Meridiaan.