Een overbodige vrouw

 Al lezend verzink ik in het leesleven van Aalia, de heldin van 'Een overbodige vrouw' van de Libanees Rabih Alameddine. Levenslang staat ze in een boekwinkel in Beiroet, tegelijk vertaalt ze de wereldliteratuur in het Frans..

 En zo komen heel terloops toepasselijke regels van Sebald, Pessoa of Bruno Schulz het verhaal binnen. Afgewisseld met familieruzies en geve­chten. Zoals dit, in 1982 als Israël de stad belegert en mensen de stad ontvluchten. De weduwe Aalia blijft. Er dringen plunderaars haar huis binnen: 'Ik sprong uit bed, nog in mijn nachtjapon. We zaten al weken zonder water - mijn haar en mijn nachtjapon waren in geen tijden gewassen. Ik pakte mijn Kalasjnikov 47 die naast me aan de rechterkant lag, waar mijn echtgenoot zoveel jaren terug had geslapen. De 47 hield me de hele burgeroorlog lang gezelschap in bed. Blootsvo­ets stormde ik de kamer uit met het wapen in de aanslag. De mannen in hun werkkloffie wierpen een blik op de aanvallende krankzinnige vrouw en maakten dat ze wegkwamen (...)'

 Overbuurvrouw Fadia weet ook raad met indringers: 'Ook zij had haar medusaharen of haar versleten nachthemd in geen tijden gewassen. Ze zag er waarschijnlijk net zo angstwekkend uit als ik, maar gewoonlijk waren haar vingernagels smetteloos verzorgd. Van twee verdiepingen lager kon ik de subtiel gevormde vuurrode nagel van haar wijsvinger zich rond de trekker zien krommen.'

 En nu duik ik weer in het boek terug, 'Een overbodige vrouw' werd door Adriaan Krabbendam vertaald voor kleine uitgever Meridiaan.

Beiroet als familiegeschiedenis

 Een stad als een geschiedenisboek, Beiroet. In zijn grote roman 'Een overbodige vrouw' vervlecht de Libanees-Amerikaanse schrijver Rahib Alamedinne (1959) het verhaal van de 72-jarige Aalia en haar familie met dat van de stad. De vrouw is een 'omgevallen boekenkast' bijna on­gemerkt sluipen toepasselijke citaten uit de wereldliteratuur het verhaal binnen. Van Pessoa tot Brodsky.

 De Palestijnse kampen Sabra en Chatila en de misdragingen van de staat Israël zijn de achtergrond van veel vaak komische huiselijke beslommeringen. Oorlog is het altijd wel. Maar er zijn belangrijker dingen:

 'Mijn moeder draagt een gehoorapparaat dat haar linkeroor omcirkelt en binnendringt, een recente aanwinst maar geen recent model. Wat aanvankelijk het logo van de maker lijkt te zijn achter haar oor weet die illusie niet in stand te houden bij nadere inspectie. Het gaat om vormeloze handgeschreven kapitalen in paarse inkt die, als ik beter kijk, de woorden vormen: 'AU SECOURS!' (...) De klap van de voordeur leidt haar af. De bedomptheid van de atmosfeer verandert lichtjes, zodat ik merk hoe muf de kamer ruikt, een mengsel van oude sigarettenrook, naftaline en okselzweet.'  

 Een genot om te lezen, in de vertaling van Adriaan Krabbendam. Uitgegeven door Meridiaan.