Na Dear life (2012), haar laatste boek, nog voor ze haar Nobelprijs kreeg zei Alice Munro (bijna 83) dat ze was opgehouden met schrijven. Op de vraag waarom, en wat ze dan wel deed zei ze: 'Omdat ik het idee had dat ik eindelijk een echte vrouw aan het worden was.'
Wat of dat dan inhield? 'Veel mensen te eten krijgen,' zei ze lachend. 'Gewoon een aardig iemand zijn. Het eerste wat ik deed was het huis waar we wonen nieuw inrichten, en dat vond ik leuk - maar daar ga je, je drijft weer af naar dingen opschrijven, terwijl je je afvraagt, is dit wel wat ik moet doen op mijn leeftijd.’
Ik lees al maanden Alice Munro en zal dat blijven doen tot ik alles van haar gelezen heb. Waarom? Waar leidt haar ongehoorde opmerkingsgave, haar zo precieze kennis van mensen en hun doen en laten toe?
Redacteur Daniel Menaker zei het zo: 'Je denkt dat ze je probeert te helpen bij het krijgen van wat werkelijke mensenkennis, maar dat eindigt meestal met het inzicht dat menselijke motieven en karakters onkenbaar zijn, met een duistere onzekerheid over wat mensen drijft.'
Wat we van onszelf en anderen niet weten, daar schrijft Alice Munro over. Of schreef? Ook dat weten we niet.