Ezelsbruggetje

 Het ging over onderwijs. Hoe wel? Hoe niet? Wat ging er mis? De ezelsbruggetjes bleken verdwenen. We begonnen met de plaatsing van de komma's. Ik riep de stem van Dr.B.C.­Damsteegt op, die als een mantra bleef repeteren: 'Lijn 3, die door de Zoutmanstraat rijdt, gaat naar Staatsspoor.'

 We zijn in Den Haag. En het gaat om de plaatsing van komma's. Veran­der 'Lijn 3' in 'De tram', dan verdwijnen er twee komma's en wordt de zin: 'De tram die door de Zoutmanstraat rijdt gaat naar Staatsspoor'. Tot de dag van vandaag hebben lijn 3, de Zoutmanstraat en de stem van Damste­egt me bijgestaan. En nu pas leer ik van een taalkundige dat het gaat om 'bijvoeglijke bijzinnen', waarbij in de 'uitbreidende variant' komma's worden gebruikt en in de 'beperkende' juist niet.

 Ik kom hier op door het lezen van de dagboeken (2005-2011) van Hagenaar Alfred Birney, waarin hij oa. geneest van een cardiologische ingreep - dotteren - in maart 2006 en veel heen en weer fietst naar de Watertoren en Scheveningen. Verder weinig cardiologie. Toch veel voor mij herkenbaars.

 'Zwaailichten jengelende sirenes boven de ambulance, ziekenbroeders die met elektroden op mijn lijf in de weer zijn en vragen stellen als 'Rookt u?' Maar ik was ze al voorgeweest met de vraag 'Ga ik dood heren?'.

 Ikzelf had toen ik in de ambulance lag nog een vraag over die sirene. 'Waarom dat zenuwengeluid,' vroeg ik, 'het is toch doodstil op straat'. 'Dat is voor de collega's,' zeiden ze, 'die komen soms, ook op topsnelheid, van een andere kant, laatst nog, dat was een forse klap.'

Tags: