Sint-Martens-Latem, nabij Gent aan de Leie, was rond 1900 het schildersdorp waar het Vlaamse expressionisme bloeide, Met nog altijd geëxposeerde schilders als Permeke, Gustave De Smet, Frits van den Berghe en Gustaaf van de Woestijne. Van wiens broer Karel ik een boekje bezit met brieven, geschreven in 1901 aan een vriend. Hij was toen 23 jaar oud.
De 'Laethemse brieven' van Karel, die ook groenten verbouwde, zijn levendig met af en toe wat scheutjes Tachtigers-proza. Maar vooral een ode aan het oud-Vlaamse dorpsleven. Op 15 april schrijft hij:
'Het druilen van dijzige dage voorbij, en het mopperen in gesloten kamers.
Thans ben ik weer te huis, en adem; gij loopt met mooien das door steedsche straten. Ik echter ben weer een lands-man en voel teeder mijn woning zacht leven om mij, met de platen en 't open klavier en, in vazen, de sleutelbloemen.
Ik ben weer thuis, en in de lente van mijn land; na de ziekte; en al dat verdriet ge kent het; - en die dorre liefde: als mooie veeren in najaarswind Ge weet hoe ik ben heen-gegaan. - Deed ik goed, deed ik slecht? Ik weet het niet. Ik wil gelukkig zijn. God moog' me helpen...
- Jonge viooltjes zijn onder mijn venster; zij geuren.
Ik hoorde van avond den eersten koekoek; en de merels, die voor twee dagen verhaalden en floten, hebben gezwegen; dan blijft het mooi weer. - Ik ga zien wat ze met mijne aardappels willen doen. Vaarwel.’
ps. Johan Velter vult aan: 'Er waren in werkelijkheid twee ‘latemse groepen’: de eerste groep rond 1900 bestond uit figuren als gustave van de woestijne, georges minne, albijn van den abeele. de expressionisten vormden later de tweede groep, met o.a. permeke, frits van den berghe en gustave de smet. karel van de woestijne heeft ook over die 2de groep geschreven maar was toch eigenlijk meer verbonden met de eerste, de symbolisten.' Dank!