I.M.Louis Lehmann (2)

 Nu komen ze, de verhalen over Louis. Dat van Yvonne, die hem trof op het Stationsplein. Hij moest naar z'n oude moeder en zag daar erg tegenop.

 Gelukkig had ze een flesje cognac bij zich, dat ze daar zittend op de stoep gezamenlijk leegdronken terwijl hij - toch echt geen drinker - zijn moederverhaal vertelde. Hoe ze thuis tegenover elkaar aan tafel zaten - zijn vader was op zee - en elk een boek lazen, want buitenspelen mocht hij als kind niet. Te gevaar­lijk vond ze. En tenslotte de laatste trein naar Overschie miste.

 Of dat van Yolande, aan wie hij vertelde van de woorden van vier lettergrepen die niets betekenden. Die uit zijn mond kwamen toen hij eens bij een psychiater was beland, die hem vroeg naar z'n ouders, zoals psychiaters dat doen. Die woor­den werden een tic. Ze kwamen in allerlei gesprekken naar boven, on­gelegen. Tenslotte tikte hij ze uit, om er van af te komen. Vellen vol.

 Later las hij ze voor op de radio. Dat werd wat saai. Waarop hij zei 'ik kan ze zingen ook'. Hij zong ze, op een melodie van Ellington. En inderdaad, er was er niet één bij die iets betekende. Ra-fi-ma-zo. So-zu-da-gi..

Tags: