J. van Oudshoorn (1876-1951) was een Haagse jongen. Na zijn Berlijnse jaren (1905-1933), waar hij bij de Ambassade werkte en trouwde met de mannequin Marie Teichner keerde hij met haar op wachtgeld terug naar Den Haag. En nu heeft kleine uitgever en vakman aan de drukpers Jaap Schipper van de Statenhofpers zijn dagboeken (1943‑1947) uitgebracht.
Marcel van Eeden en ik zijn beiden Van Oudshoorn‑lezers. Hoe dat komt is moeilijk te zeggen. In zijn schrijven - vooral Willem Mertens' levensspiegel en Tobias en de dood zit denk ik een Haags levensgevoel. In de dagboeken, die puur uit losse aantekeningen bestaan, aangevuld met precies herdrukte krantenknipsels, lees je de hoop en wanhoop van de dagen. Vooral in de hongerwinter.
Ik verzink in woorden, regels, een verdwaalde alinea. Kaal, bloot, geladen. Neergezet met het schrijven als laatste toevlucht. Hij schrijft over zichzelf als 'hij'. Van Oudshoorn, 68 jaar oud, op hongertocht. Zijn vrouw wachtend thuis. Datum 30 april '45:
'De toestand voor een bejaard echtpaar zonder relaties wordt steeds moeilijker. Vandaag verlangt men voor een hoognodig brood - de honger nijpt - Fl.35,- en voor wat klein brandhout - Fl.30,-.
In den vroegen avond van 1 mei 45 meldt de Duitsche radio het overlijden van Adolf Hitler
Op Woensdag 2 mei bij Goddard [uitgever van mogelijk een vertaling], niet aangetroffen (deze rotpen!!).
" Donderdag 3 " naar Velpschestraat 100 met teruggevonden oude noodkaarten! 10 kl. aardappels - soep en pudding - joffer uit Utrecht -
Nog steeds bar koud.
Iemand, die merkt, dat zijn neiging om in het vuur te vliegen onweerstaanbaar begint te worden, hem blijft niet veel anders over dan zelf zijn eigen vleugels te ... verbranden. Vervloekt zij deze oude rotpen!!
(...)
Gister: geen warm eten -
Heden geen ontbijt -
De laatste weken zelfs geen korte wandeling meer, zonder in een vensterbank te moeten uitrusten. Tot een scelet vermagerd. Volkomen op en krachteloos te bed.'