Kitaj, de schilder, de boekengek ontmoette ik vanmorgen in het Joods Historisch Museum. Waar je bij hem thuis bent. Alsof je een atelier betreedt, dat tegelijk een boekenkast is. Sommige mensen zijn hun boekenkast.
'Enorme bibliotheken staan al mijn leven lang rond mijn schildersezel,' schreef hij, 'en de schimmen uit boeken hebben me achtervolgd, sommigen zouden zeggen geruïneerd...'.
Kitaj leefde met zijn - vaak idiote, alle soorten - boeken. Hun versleten omslagen zag hij als kunstwerken die hij naar believen veranderde. Hij nestelde zich in hun typografie, omslagen en illustraties. Waarna hij er zeefdrukken van maakte, die nu - naast schilderijen waarin het boek meespeelt - te zien zijn.
Het drama van zijn leven, de weggeschreven tentoonstelling in de Tate-galery in 1994, wat zijn vrouw Sandra zo aangreep dat ze aan een herseninfarct stierf is er ook, levensgroot. Wat hadden Engelse critici opeens tegen hem? Was hij te beroemd, te Amerikaans, te Joods, te figuratief? Abstractie moest in die jaren alles zeggen.
Hoe ook, zijn beheptheid met boeken werd opeens als kwasi-intellectuele aanstellerij gezien. Absurd! Was hij te verhalend? Kitaj sluit aan bij de middeleeuwse verteltechnieken waarin lineair tijdsverloop nog niet overheerst en Christus' geboorte en zijn dood binnen een voorstelling worden afgebeeld. Zoals eerder Stanley Spencer of Frans Masereel al deden. Maar Kitajs vorm van picturale autobiografie werd gezien als misplaatste ijdelheid, in een tijd dat 'anekdotiek' ook in de literatuur nog taboe was. Hij hield zich bezig met vluchtelingen.
Nu, twintig jaar later vertellen Duitsers als Neo Rauch en Daniel Richter volop in beeldverhalen. En hanteert Michael Borremans heel eigen beeldende verteltechnieken. De striplogica die Kitaj als Amerikaans jongetje leerde kennen in Ohio heeft wereldwijd de kunst bereikt. Zijn dagboeken wachten nog op uitgave..
'Ik ben een boekengek (geen wetenschapper) en daarin even eigenaardig als ieder ander die met de boekenziekte besmet is...'