Kleren en gedichten

 De eerste keer dat ik Kira Wuck ontmoette was bij een bijeenkomst van Hollands Maandblad waar ze een bemoedigingtoelage kreeg. Ze gaf me de tekst van een gedicht dat ze net had voorgelezen. Haar jurkje viel op. Het was gemaakt van donkerrode bloemetjesstof, met een kanten kraagje en ver van nieuw.

 Toen later 'Finse meisjes' zou verschijnen vroeg ik een proef, las en belde om een afspraak. Ze was verlegen zei ze, was nog nooit geïnterviewd. Het werd het Centraal Station. Nu droeg ze een groene jas uit een andere tijd. Wij spraken, de treinen knarsten. We vluchtten onder de overkapping uit. De kleren die ze droeg moesten wel verband houden met wat ze schreef, maar ik kon daar niet naar vragen. Dat zou alles bederven. In het Liegend Konijn staan nu nieuwe gedichten, waaronder 'Minste van beide':

 Als je er niet bent dan verstop ik me in jouw huis

speel met de lichtknoppen

aan/uit/aan/uit

zwaai naar het huis aan de overkant

daarna kleed ik me aan

maak me op en was het weer eraf

een lichaam is niet voldoende om het hier warm te houden

daarom draag ik het liefst kleding die iets te krap zit

vroeger knipte je een gat in het midden van mijn trui

terwijl ik hem nog droeg

 

ik kruip in jouw bad

stolsels in het putje houden het water tegen

dichter dan dit zijn we nooit geweest

terwijl hijskranen buiten de tuin verwoesten

 

Tags: