Lehmann op zee (2)

 Het was de enige zeereis met z'n vader, later heeft ie er nog verscheidene gemaakt. Terug naar de erudiete rechtenstudent in 1947 temid­den van een wel erg Hollands stel zeelieden.

 Officier O. meent dat na Suez 'het mensdom ophoudt'. Op 2 mei noteert Louis: 'Verveel me en verlang naar land. Zee zo dood dat men zich niet kan voorstellen dat er vissen in leven. Kan begrijpen dat beesten als Pelorus Jack (noot: 'mens­lieve­nde dolfijn') geliefd zijn.'

 Hij moet steeds maar patience spelen met zijn vader, de kapitein: 'Een zekere zin van het onvermijdelijke schijnt te maken dat men aan boord niet geheel in vervelingsrazernij raakt. Bij eten verhalen van T.O., drank en Coney Island. Verhaal over vuilheid van een man Smit en hoe deze in Mar­seille in witte uniform aan land ging en terug kwam met zijn rug vol rode lippen. Patiencecorvée. (...) Ga mee tot Napels. Verlang naar het eind van de eenzaamheid en van het gezelschap der bevaren kantoorbedienden. Het is vreemd hoe dicht iets aangenaams naast iets vervelends is. Als ik iemand hier aan boord had die me na stond zou ik genieten hem in de scheepss­feer in te leiden die voor mij zo alledaags is. Nu is de zeereis iets onwerkelijks met een vage ondertoon van tijd verknoeien.'

Tags: