Mijn eerste ervaring met de hel van Jacob Corneliszoon van Oostsanen had ik in 2009. Samen met restaurator Willem Haakma Wagenaar beklom ik de stellingen in het torenhoge koor van de Alkmaarse Laurenskerk en stond met mijn neus op Het Laatste Ordeel.
Gruwelijke hellevaarten waarvan ik vanmiddag iets terugzag op schermen beneden op de kerkvloer. Weg stellingen. Naar boven kan niemand meer. Je moet het doen met wat digitale plaatjes.
Vreemd te bedenken dat onze kerkgaande voorvaderen zelfs dat niet hadden. Die zagen als ze opkeken van hun gebedenboeken hooguit wat vage schimmen. Misschien maar goed ook.
Intussen blijft het wonderlijk onbegrijpelijk dat Van Oostsanen en zijn mannen dit reuzenwerkstuk in 1518 hebben gemaakt voor God alleen. Geen mens heeft het in al die eeuwen immers meer gezien. Tot Willem met zijn ploeg kwam. En ik mee mocht. Hij wees me zelfs nog de initialen van 16de eeuwse dakreparateurs aan.
De steigers zijn weg. Je hebt alleen de schermen beneden, een filmpje op internet..
Vanmiddag werd mijn weerzien-op-afstand zomaar omlijst toen twee autobussen voor de kerk stopten waaruit het mannenkoor de Maastreechter Staar steeg. Zodat Oostsanens Duivels en Hellevaarten - vrouwen varen veel ter helle - vanuit de diepte feestelijk werden begeleid door mannenkoorzang van Verdi, Wagner, Rossini.
Daarna de grote Van Oostsanen-tentoonstelling in het Alkmaars museum bezocht. Die in het Amsterdam-museum komt nog. Later meer.