Door de tijd

 Gisteren, in de kelder van het Rijksmuseum, werd ik getroffen door een pregnant tijdsbesef. Ik keek bij de vroege Hollanders naar de Virgo inter virgin­es van de anonieme meester, naar de Maria Magdalena van Oostsanen en beeldjes van de Maria-groep uit Utrecht. En werd aangeraakt door de eenmaligheid.

 De eenmaligheid die altijd duurt. Door Jacob Corneliszoon van Oostsanen dacht ik aan Willem Haakma Wagenaar met wie ik in 2009 op een stelling tot bovenin de koepel van de Alkmaarse Laurentiuskerk ben geklommen om zijn restauratie van Oostsanens Laatste Oordeel te bekijken.

 Hij zei 'Kijk maar goed, straks is die stelling weg en komt heel lang hier niemand meer zo dichtbij.'

 En in het voorbijgaan van de verdoemden en de engelen wees hij me op de bloemdecoraties in de hoeken van het houten gewelf: 'Elk bloemetje, met de hand geschilderd, steeds een ander bloemetje.'

 En daarna wees hij me nog op de letters in de zinken dakbedekking, waar dak­dekkers eeuwen geleden bij elke reparatie hun initialen hadden ingekrast. 

 De drang iets na te laten. Een schilderij of desnoods twee in zink gekraste letters. Er rijst een loodgieter voor me op, in de zestiende eeuw, met een gereedschapstas waarin ook wat brood voor tussen de middag. Hij eet het op tussen de gelukzaligen en de verdoemden. En de aartsengel Michael met zijn weegschaal.

Tags: 

De heks van Endor

 Jacob Corneliszoon beklijft. Ga kijken in Alkmaar of in het Amsterdam Museum. En mis dit grote paneel niet, waarop koning Saul de heks van Endor bezoekt (1526). Die hem ontvangt temidden van haar duivelse hofhouding.

 Hij vraagt haar contact te maken met de dode profeet Samuel om diens advies te vragen over een veldslag, wat ze doet, maar God wil niet hebben dat doden gestoord worden. Saul verliest z'n slag en pleegt zelfmoord.

 De entourage van de heks! Rechts beneden zitten tovenares­sen worstjes te roosteren als was het een barbecue. Een drinkende vrouw in het groen kijkt ons spottend aan. Waarbij in de catalogus wordt aangetekend dat de worstjes 'bedoeld zijn als fallussymbolen en verwijzen naar de macht van heksen over mannen'. De zittende vrouw in het rood heeft een bezemsteel tussen de benen en op de beker die ze omhoog houdt staan de letters MAL (kwaad). En boven haar zweeft een naakte vrouw - met een taart? - op een schedel, voortgetrokken door twee hanen.

 Overal spookt het kwaad. Een figuur bovenop de ruïne, met blote benen en billen draagt een kardinaalshoed en is als geestelijke door de heksen blijkbaar al half tot monster gemaakt. 

 Daantje Meuwissen en Yvonne Bleyerveld wijzen er in de catalogus op dat dit vermoedelijk de eerste keer is dat deze Bijbelscene uit Samuel werd geschilderd.

Tags: 

Van Oostsanen en de hand

 Eerste keren intrigeren. Iemand voegt iets nieuws toe aan het gebruikelijke. Hoe komt ie erbij? En, wordt het nieuwe geaccepteerd en overgenomen?

 In de schilderkunst zo goed als in het huishouden. Beroemd is het antropologenverhaal van de bezem zonder stok. Er waren Afrikaanse volkeren die van oudsher de vloer van hun woningen met veger en blik schoonhielden, altijd gehurkt en gebogen. Tot op een dag iemand van een verre reis een bezem met een steel meebracht. 

 In de kunst was de rinoceros van Dürer - zie Gombrich - eeuwen de maatstaf die iedereen natekende. Terwijl er toch in dierentuinen rinocerossen opdoken die er beslist anders uit zagen.

 Zou het Jacob Corneliszoon van Oostsanen (ca. 1475-1533) geweest zijn die voor het eerst een vrouw bij het zien van de dode Christus uit pure schrik en verdriet haar hand zo voor ogen en mond - om een kreet van ontzetting te onderdrukken - liet slaan? 

 Van Oostsanens Bewen­ing uit 1520-1530 is misschien zo'n eerste keer. De tekening van het meisje - van achteren gezien - met de verdrietig voor het gezicht geslagen hand uit het Amsterdamse schetsboekje is waarschijnlijk van een kleinzoon. Maar ik heb dat gebaar uit die hoek niet bij latere schilders teruggezien. Dacht ik. Het schetsboekje komt uit z'n atelier in de Kalverstraat, waar meerdere mensen werkten, waaronder veel familie en zijn leerling Jan van Scorel.  

 

Tags: 

Oostsanens hel

 Mijn eerste ervaring met de hel van Jacob Corneliszoon van Oostsanen had ik in 2009. Samen met restaurator Willem Haakma Wagenaar beklom ik de stellingen in het torenhoge koor van de Alkmaarse Laurens­kerk en stond met mijn neus op Het Laatste Ordeel.

 Gruwelijke hellevaarten waarvan ik vanmiddag iets terugzag op schermen beneden op de kerkvloer. Weg stellin­gen. Naar boven kan niemand meer. Je moet het doen met wat digitale plaatjes.

 Vreemd te bedenken dat onze kerkgaande voorvaderen zelfs dat niet hadden. Die zagen als ze opkeken van hun gebedenboeken hooguit wat vage schimmen. Misschien maar goed ook.

 Intussen blijft het wonderlijk onbegrijpelijk dat Van Oostsanen en zijn mannen dit reuzenwerkstuk in 1518 hebben gemaakt voor God alleen. Geen mens heeft het in al die eeuwen immers meer gezien. Tot Willem met zijn ploeg kwam. En ik mee mocht. Hij wees me zelfs nog de initialen van 16de eeuwse dakreparateurs aan.

 De steigers zijn weg. Je hebt alleen de schermen beneden, een filmpje op internet..

 Vanmiddag werd mijn weerzien-op-afstand zomaar omlijst toen twee autobus­sen voor de kerk stopten waaruit het mannenkoor de Maastreechter Staar steeg. Zodat Oostsanens Duivels en Hellevaarten - vrouw­en varen veel ter helle - vanuit de diepte feestelijk werden begeleid door mannenkoorzang van Verdi, Wagner, Rossini.  

 Daarna de grote Van Oostsanen-tentoonstelling in het Alkmaars museum bezocht. Die in het Amsterdam-museum komt nog. Later meer.

Tags: 

Wilhelmshöhe

 Groots. Moesten de waterkunstwerken in het slotpark op de berg boven Kassel worden. Vier graven van Hessen-Kassel staken vanaf 1654 hun tijd en geld erin. Italianen en Nederlanders, zoals de Haarlemse vader en zoon Van Nickelen ontwierpen wat ze bedachten. Rymer en Jan van Nickelen maakten deze schilderijenserie van hun ontwerp. Te zien In Kassel.

 En groots is het nog, daar tegen de berg. Toen ik de Gemäldegalerie van de graven (Rembrandt, de Magdalena van Van Oostsanen, Breughel, Rubens, Dürer, Italianen, hele verleidelijke Cranachs) had bekeken probeerde ik het geheel van de grafelijke grootheidswaan te overzien.

 Van de 8 meter hoge bronzen Hercules bovenop de 50 meter hoge pyramide die het kunstwerk bekroont tot de lange as naar Kassel beneden, omzoomd door al wat spuiten en stromen kan. Waaronder een liggende reus die een fontein van 50 meter uitspuwt  Zonder hulp van machines. Met als handicap dat er vaak gewacht moet worden tot de ondergrondse bassins weer vol zijn.

 In 1866 kwam Hessen-Kassel bij het Duitse rijk. De Wilhelmshöhe herinnert aan wat was. Bomarzo is er een flauwiteit bij, Lodewijk de XIV en zijn watermachines voor Versailles in Marly, komen in de buurt.

 Wat doen rijke mensen dezer dagen met hun geld? Geen waterkunstwerken inrichten in wonderparken.  

Tags: 
in bange afwachting van het Laatste Oordeel...
de zelfde scène getekend in 1885..

Laatste Oordeel

 In het Alkmaars Museum zag ik een nieuw fragment van de gewelfschildering van het Laatste Oordeel door Jacob Corneliszoon van Oostsanen (1518) van dichtbij. Vorig jaar stonden daar ook al twee van die enorme panelen uit het koorgewelf van de Grote Sint Laurenskerk. Straks, als het werk gedaan is worden ze teruggetakeld naar boven. Zou er dan nog ooit een kans komen ze van nabij te bekijken?

 In de hal van het museum staat een klein restauratieatelier waar je op dinsdag, donderdag en vrijdag het werk kunt volgen. Sinds 2003 leiden Willem Haakma Wagenaar - met wie ik vorig jaar een reportage maakte in de nok van de kerk - en Edwin van den Brink de restauratie. De schilderingen hebben veel te lijden gehad van lekkage, verplaatsing en herstelwerkzaamheden.
Vooral het aanbrengen van een vernislaag in 1941 zorgde voor problemen. Hij spiegelde zo dat je beneden in de kerk zowat niks meer zag. Nu is ie verwijderd.
Nieuwe restauraties worden zo uitgevoerd dat je ze altijd weer kunt weghalen.
 

Tags: 
het Laatste oordeel
Beluister fragment
uit de handen van de watergeuzen...
Jacob Corneliszoon van Oostsanen, zelfportret

Van Oostsanen

 In september werd in de St. Bartholomeuskerk in Poeldijk (in het Westland) de herontdekte "Marteldood van de H. Bartholomeus" van Jacob Corneliszoon van Oostsanen 'onthuld'. Het heeft zelfs de TV gehaald. Het paneel kwam naar boven bij een inventarisatie van katholieke Zuid-Hollandse kerkschatten.

 Ik raakte aan Van Oostsanen toen ik dit voorjaar bovenin de Alkmaarse Laurentiuskerk de restauratie van Het Laatste Oordeel van Van Oostsanen mocht bekijken.  
Van Oostsanen heeft een actieve club achter zich van liefhebbers en restaurateurs.Geen wonder, hij (ca.1472 - ca.1533), en niet zijn leerling Jan Van Scorel, was de man die de renaissance naar Nederland bracht.
De documentatie over het Poeldijkse paneel is zeer volledig. Het is deel van een drieluik, een altaarstuk, uit de Bartholomeuskerk in Delft. Familie van de latere pastoor Verburch moet het tijdens de Beeldenstorm in 1566, uit de handen van de Watergeuzen hebben gered. Na 1666 is het in het bezit gekomen van Verburch. In dat jaar stierf namelijk zijn oudste broer, Ary, die het familiebezit beheerde. Bij de dood van Verburch vermeldt zijn codicil 'dat zijn bibliotheek inclusief de schilderijencollectie wordt toegewezen aan de Parochie en de armenkassen van de staties Poeldijk en Eyck en Duynen.' Het moet boven zijn schrijftafel hebben gehangen. Hij heeft namelijk verschillende taferelen van het paneel in zijn preken aangehaald.
Het schilderij, met zijn bizarre scènes, toont de laatste fase uit het leven van de patroonheilige en is rond 1491 geschilderd.
Trouwens, het hing - nog onerkend - vorig jaar al op de tentoonstelling van museum Boijmans van Beuningen: "Vroege Hollanders". 

Tags: 
restaurator Willem Haakma Wagenaar, rechts het mannetje in de muil
het mannetje van dichtbij
naar de hemel

Laatste Oordeel in Alkmaar (2)

 Vanmiddag stond ik in de nok van de Grote of St. Laurentiuskerk in Alkmaar, hoog boven de grond. Beneden in de kerk was een plechtigheid gaande, iemand werd gehuldigd, leek me. Gemurmel steeg op naar de plaats hoog boven het koor waar restaurator Willem Haakma Wagenaar en ik stonden te kijken naar twee juist gereedgekomen panelen van het Laatste Oordeel van Jacob Corneliszoon van Oostsanen (1519). Nog niet te zien voor het publiek.

 Groot zijn ze, zo'n zes bij drie. Op een ervan wordt een groepje vrouwen door een engel de hemel binnengeleid, op de andere is het Hellebeest te zien, met in z'n muil, ja wat?
Willem vertelt met gepaste trots dat daar, uit die muil, tot voor kort vlammen lekten. Waarschijnlijk aangebracht door eerdere restauratoren. Maar nu, na zorgvuldig onderzoek heeft hij teruggevonden wat Van Oostsanen werkelijk in de helse bek had geschilderd!
Een mannetje met een kale kop is tevoorschijn gekomen. Het kon je buurman zijn. En hij gaat naar de hel, zoveel is zeker.   
Daar heb je waar het om draait in deze vroege Hollandse schilderkunst, op de grens van renaissance en late gothiek: herkenbare mensen, mensen zoals jij en ik.

Maandag is Willem Haakma Wagenaar te horen in de Avonden.

Tags: 
het Laatste oordeel
Beluister fragment
deel van de restauratie

Laatste Oordeel in Alkmaar (1)

 Zaterdagochtend as. hoop ik vanuit het Alkmaars museum in de weekendeditie van de Avonden een impressie te geven van de restauraties aan de gewelfschildering van (waarschijnlijk) Jacob Cornelisz. van Oostsanen uit ca. 1518. Die is namelijk bij hoge uitzondering nu van dichtbij te zien.

 Hij hoort thuis in de Grote- of St. Laurenskerk en keert daar ook terug. Tot 29 juni is een van de negen houten gewelfvakken waarover de schildering zich uitstrekt, van dichtbij te zien. Daarop zijn vier zielen verbeeld die uit hun graven herrijzen en opzien naar het Hemelse Rijk. Het stuk is afkomstig uit het koor van de Grote Kerk, direct links van het centrale vak waar de aartsengel Michael de zielen weegt en waar Christus als rechtspreker in de hemel troont. Het gewelfstuk is 6 meter hoog en 2,75 meter breed. Een unieke kans om het werk dat de restauratoren te bekijken, voordat het stuk weer wordt teruggeplaatst op zo'n 25 meter hoogte in het koor.

 Wie de maker is van het Alkmaarse Laatste Oordeel, is omstreden, maar restauratoren Willem Haakma Wagenaar en Edwin van den Brink zijn ervan overtuigd dat het Van Oostsanen is. Sinds 2003 werken zij aan de gewelfschilderingen in het koor en het noordtransept. Het werk moet omstreeks 2011 of 2012 af zijn.

Tags: