Op de koude helling

 Ofwel 'viagg' invernal' - wat winterreis zal betekenen - is de bundel van Esther Kinski waarin ik blijf staren. En nu weet waarom. Om wat ik elke dag ook doe, kijken naar wat op mijn balkon groeit in potten en plantenbakken. Esther bewandelt hoge bergen, maar de aandacht is de zelfde.

 Elke dag terugkeren naar een opschietend plantje, verdiept in de vraagstukken van water en licht. De redenen van kwijnen of bloeien. Al wat je niet zult weten. Het spel van de vergeefsheid. Esthers bergen hebben haar niet nodig, die doen alles zelf. Ze hoeft geen schaar of gieter mee te nemen. Soms ach­tervolgt ze een vogel:

 OP zoek naar de ontsnapte putter/ in het gebergte terechtgekomen/ op grimmige grond/ rust en stilte gevonden/ tussen zwarte heidedebrem/ nu merk ik pas hoe moe ik ben

 neergezegen in het zicht/ van nesten van de hennepvink/ had ik een droom : iemand/ wieweetwie zijn gelaat/ zag men niet/ droomde van boten/ die keerden zich zwijgend/ van hem af

(vertaald door Annelie David)

Tags: