Roxy (2)

 Esther Gerritsens 'Roxy' gaat over de dood. En hoe dan. De onoplosbaarheid. Roxy, de plotselinge weduwe van de filmman lost het anders op dan anders. Ze gaat naar bed met de begrafenisondernemer en zo door.

 Hoe te ontsnappen aan de gesel van het 'emotie tonen' - op straf van voor gevoelsarm te worden aangezien. Roxy doet enerzijds of Arthur er nog is, oppasbeurten op dochtertje Louise incluis. Dood als een agenda-itempje. Anderzijds breekt ze los, komt op voor haar eigen gevoelshuishouding, ook in het bijzijn van anderen. 

 Maar anonimiteit wordt alom opgeheven. Ben je anoniem gestorven dan nog krijg je een dichter aan je graf. De stille dood bestaat niet meer. Sterven doe je in het openbaar, liefst voor de camera. Je moet je er op kleden. Is dat nieuw? De Romeinen hadden hun arena's. Het kijkspel van mensenslachtingen. Roxy kan zich niet aan de codes houden. Steeds schiet ze scheef. Omdat haar werkelijkheid scheef is, net als de mijne. 

 De dood van mijn ouders, nu twintig jaar geleden is nog steeds in beweging, bezig een plaats te vinden in mijn hoofd. Een paar dode vrienden wandelen daar rond, al jaren. Voldongenheid is ver te zoeken.

 Voor mezelf weet ik het wel, cremeren, geen steen. 'Geen bezoek geen bloemen' is een vloek geworden, dat weet ik. Net als 'in besloten kring'.